Nieuwsbrief September

CDH (Cholesterin Defizit Haplotyp)

​Cholesterin Defizit Haplotyp (CDH) is een nieuw ontdekte genetische aandoening, die bij Holstein runderen een stoornis in de cholesterolstofwisseling veroorzaakt. Kalveren met deze aandoening kunnen geen vet opnemen uit voedingsstoffen en krijgen diarree doordat al het vet dat zij opnemen via de mest weer uitgescheiden wordt. Het dier moet, om aan zijn vetbehoeften te voldoen, zijn eigen vetreserves aanspreken en sterft uiteindelijk binnen één tot zes maanden leeftijd. Behandeling van deze aandoening is niet mogelijk.

 

Kalveren met CDH met de leeftijd tussen 20 dagen en 6 maanden hebben een verlaagde cholesterolwaarde. Tezamen met de afstamming van het kalf geeft dit een goede aanwijzing voor mogelijk dragerschap van CDH.
Bij GD is het mogelijk om cholesterol in serum te onderzoeken. Een kalf kan getest worden vanaf twintig dagen leeftijd en is gezond als het cholesterolgehalte hoger is dan 1,5 mmol per liter. Als het cholesterol lager is dan 1,0 mmol per liter kan er sprake zijn van een drager; een lijder heeft minder dan 0,5 mmol per liter. Een ‘lijderkalf’ (homozygoot drager) heeft het gen van vader en moeder geërfd, een ‘dragerkalf’ (heterozygoot) van één van beide ouders.

De test is bedoeld voor kalveren vanaf 20 dagen tot een half jaar met diarreeklachten waarbij geen infectie is aangetoond. Er is onvoldoende bekend over cholesterolgehaltes bij volwassen rundvee, dus de test is (nog) niet geschikt om dragerschap bij volwassen dieren aan te tonen (kosten € 12,50 per monster)

 

De Duitse onderzoekers voerden ook afstammingsonderzoek uit. Daar kwam de stier Maughlin Storm naar voren als drager van deze aandoening. Ook zijn zoon Goldwyn (Shoremar James x Storm) is drager. In Duitsland is circa 8 procent van de Holsteinpopulatie drager. In Nederland en Vlaanderen is ruim 4 procent van de Holstein-populatie drager. Hierbij is een duidelijk verschil tussen rood- en zwartbont.

Een therapie is niet beschikbaar voor de aandoening. Het advies is om bij klinische klachten bij kalveren contact op te nemen met de eigen dierenarts.  Bij diarreeklachten blijft het belangrijk om reguliere oorzaken aan te tonen of uit te sluiten.

 

Het aantal CRV-stieren dat drager is van CDH is beperkt: Veelgebruikte stieren en/of stieren die momenteel in het actuele stieraanbod staan zijn:

Zwartbont:         Gofast, Brilliant, Snowfever, Machel en Powerplay RF PP

Roodbont:          Camion, Riant en Dapper

 

Een uitgebreidere lijst is bij CRV te vinden. Zij geven ook advies over het nu te volgen fokprogramma. Indien er gebruik gemaakt wordt van SAP of Stierwijzer dan worden ongunstige paringen herkend en afgeraden.

Vaccinatie pinkengriep

 

Luchtwegproblemen bij jongvee komen met name voor in het najaar. Het opstallen van dieren in combinatie met temperatuurwisselingen en hoge luchtvochtigheid zorgt voor een grotere kans op luchtwegproblemen.

Een combinatie van verschillende ziekteverwekkers speelt een rol bij pinkengriep. Vanaf een leeftijd van 2 weken kunnen kalveren worden ingeënt tegen pinkengriep, de dieren moeten dan tweemaal worden gevaccineerd met 4 weken tussentijd. De laatste vaccinatie dient 2 weken voor het opstallen te hebben plaats gevonden.

Naast de mogelijkheid tot vaccinatie zijn ook andere preventieve maatregelen van belang:

  • Zorg voor een goede ventilatie: voldoende frisse lucht, geen tocht.
  • Een goede weerstand wordt bereikt door een juiste mineralenvoorziening, aanpak van eventuele BVD-infectie, voldoende energie en eiwit in het jongveerantsoen.
  • Een goede algemene hygiëne verlaagt de infectiedruk
  • Voorkom grote leeftijdsverschillen binnen een groep, evenals contact met ouder vee (bijv. droge koeien).
  • Voorkom stress bij het opstallen: maak groepen niet te groot en houdt de groepen zoveel mogelijk constant.
  • Goede longpreventie/ aanpak
Advertisements

Nieuwsbrief Augustus

Dofatrim® uit de handel; Norodine 24® vervanger

Vanaf 24 juli is de handelsvergunning voor diergenees-middelen met de hulpstof diethanolamine geschorst.

Dit betekent voor ons dat Dofatrim® en de pijnstiller die wij gebruiken bij koeien met ernstige E.Coli mastitis (flunixine), per direct niet meer verkrijgbaar is.

Ter vervanging van Dofatrim® hebben we Norodine 24®. Dit middel is vergelijkbaar met Dofatrim®. Het middel is geregistreerd voor kalveren en koeien met diarree, luchtwegproblemen, baarmoederontsteking, ontstekingen aan de urinewegen en ontsteking van de huid.

Het is dus niet geregistreerd voor uierontsteking maar omdat Dofatrim® niet verkrijgbaar is zal Norodine 24® via de cascade regeling wel worden toegestaan voor deze indicatie.

  • Dosering is 1 ml per 16 kg lichaamsgewicht
  • In de spier oftewel in de nek injecteren
  • Wachttijd voor melk is 2 dagen
  • Wachttijd voor vlees is 10 dagen

Als u voor het eerst Norodine 24® bestelt, zorg dan dat dit aan uw behandelplan wordt toegevoegd.

norodine

Aansturing monstername digitaal

GD gaat steeds meer onderzoeken alleen digitaal aansturen. U zult dus zelf regelmatig op veeonline moeten kijken of er onderzoeken open staan.

In uw homescherm kunt u onder het kopje “geplande onderzoeken” het aantal openstaande onderzoeken zien. Wanneer u op het blauwe cijfer klikt, ziet u welke onderzoeken er open staan. Als u vervolgens op het icoontje met vergrootglas klikt, helemaal rechts in de balk, kunt u zien om welke dieren het gaat.

Wij proberen bij de bedrijven die we begeleiden VeeOnline te raadplegen vóór het bezoek zodat wij ook op de hoogte zijn van de openstaande onderzoeken.

Blijf zelf ook controleren welke onderzoeken er open staan zodat u alvast de dieren die onderzocht moeten worden kunt vangen/vast zetten.

Let op de kwaliteit van oppervlaktewater als drinkwater in de zomer!

De kwaliteit van oppervlaktewater kan sterk wisselend zijn, zeker nu bij deze hoge temperaturen en droogte. Het is dan makkelijker voor blauwalg om te vermenigvuldigen (groene, soms rode of gele waas in de sloot) en er kan waterstofsulfide (H2S) gevormd worden door afgestorven planten. Daarnaast is door bijvoorbeeld een dood dier (m.n. watervogels) meer kans op Botulisme.

botulisme

Bij twijfel over de kwaliteit van het water is het daarom beter om leiding- of bronwater te geven. Bij warm weer hebben melkkoeien tot wel 200 liter water per dier per dag nodig. Zorg dus voor een ruime voorziening!

Besteed ook extra aandacht aan de hygiëne van de drinkbakken in de stal. Hier kunnen met warm weer de kiemen makkelijker groeien en het water minder smakelijk of zelfs schadelijk maken.

Nieuwsbrief Juni 2018

IBR EN BVD op Melkveebedrijven

 

Het kan u niet ontgaan zijn dat de landelijke aanpak om de dierziekten BVD en IBR uit te roeien op 1 april 2018 een volgende fase is ingegaan. Onderdeel van de aanpak is deelname aan een BVD- en IBR-programma.

Wij merken op de praktijk dat er nog een aantal onduidelijkheden zijn rondom wat precies de verplichtingen zijn binnen deze aanpak:

 

  1. Deelname aan een BVD- en IBR programma van de GD is verplicht. Het programma dat het beste bij uw bedrijf past is een individuele keuze.
  2. Het is niet verplicht om de monsters bij de GD te laten onderzoeken. Dit kan ook bij een ander erkend laboratorium; zoals bij het VLG te Epe of Lavetan in België. Deze laboratoria geven de uitslagen voor de bewaking door aan de GD.
  3. IBR enten is verplicht wanneer de tank antistoffen positief is oftewel ongunstig. Het is dan verplicht om 2 keer per jaar alle dieren ouder dan 3 maanden te vaccineren. Deze enting moet door ons worden geregistreerd in VeeOnline. Wanneer de tank van gunstig naar ongunstig omslaat, moet u dus uit het tankmelkprogramma stappen en gaan vaccineren!
  4. Bij aankoop van dieren van een niet vrij bedrijf moet er bloed getapt worden voor BVD-virus en IBR-antistoffen.

Wanneer de uitslag van het aangekochte dier ongunstig is moet ze weer vertrekken!

  1. Wanneer er een kalf doodgeboren wordt, moet er van dit kalf een oorbiopt voor BVD worden ingestuurd. Dit biopt mag door de veehouder of door de dierenarts worden genomen. Een tang, buisjes en inzendmateriaal zijn te bestellen bij de GD. U kunt deze monsters ook door het VLG laten onderzoeken.
  2. Voor wie nog niet BVD vrij is, is bewaking via tankmelk antistoffen mogelijk indien hierin geen antistoffen worden aangetoond. Indien er wel antistoffen gevonden worden in het tankmelk dan gelden opties 7b en 7c.
  3. Voor wie al wel BVD vrij is, is het belangrijk om te weten dat er nieuwe bewakingsprogramma’s zijn voor BVD. Dit heeft de meeste gevolgen voor iedereen die via het opsporen van dragers bij hun jongvee BVD-vrij geworden zijn. Deze bewaking verdwijnt en er zijn een aantal mogelijkheden om de vrij status te bewaren:
    1. Via BVD vrij, route tankmelk. Indien er hierbij geen antistoffen worden aangetoond, dan blijft het bedrijf BVD-vrij. Het is echter raadzaam om EERST een tank te onderzoeken voordat hier naar overgestapt wordt. Indien er na de overstap wel antistoffen worden aangetoond, verliest men de vrij status. U kunt bij ons een monster van de tank inleveren, deze moet goed geroerd zijn en representatief voor het gehele melkgevend koppel. Wij sturen deze naar laboratorium (VLG te Epe) welke dit onderzoek goedkoper uitvoert dan de GD. U kunt hiervoor een monster van uw tankmelk (10 ml, in een schone BO buis/potje) bij ons inleveren. Indien er van dit monster een uitslag bekend is, kunnen wij bepalen naar welk programma u over moet stappen.
    2. Indien u jongvee aanhoudt; via de BVD virus vrij, route jongvee antistoffen. Hiervoor moeten 2 maal per jaar, 5 kalveren tussen de 8 en 12 maanden na bloedafname op antistoffen tegen het BVD virus worden onderzocht. Indien deze niet worden aangetoond, blijft u BVD vrij.
    3. Indien u geen jongvee aanhoudt en antistoffen in de tank heeft, blijft alleen de route BVD-vrij route oorbiopten over. Bij deze route moet u met behulp van speciale oormerken en tang, van alle geboren kalveren een oorbiopt nemen. Deze oorbiopten worden tijdens het aanbrengen van het oormerk uitgeponst en moeten binnen 2 weken naar een erkend laboratorium worden gestuurd. De verzending kunt U zelf regelen of via ons laten verlopen.

Nieuwsbrief april 2018

Mineralen jongvee/droge koeien

Wanneer het jongvee naar buiten gaat, is het belangrijk om de mineralenvoorziening in de gaten te houden. Het komt wel eens voor dat de klamvaarzen vanaf augustus meer doodgeboren kalveren hebben, vaker aan de nageboorte blijven staan en/of baarmoederontsteking krijgen.

Daarnaast kan de productie van de vaarzen ook achterblijven door een tekort aan vitamine E /Selenium en/of koper. Dit tekort is te voorkomen door ze bij uitscharen 2 mineralen boli toe te dienen. Hierdoor ben je er in ieder geval zeker van dat alle dieren daadwerkelijk sporenelementen binnenkrijgen. Het mineraal magnesium zit echter niet in de bolus en is vooral belangrijk in de laatste 2 à 3 weken voor afkalven. Dit kan/moet met bijvoeren op stal gecorrigeerd worden. De Ferti-plus bolus is bij ons het hele jaar door verkrijgbaar voor een zeer scherpe prijs. Deze bolus is 6 maanden werkzaam.

Voor de droge koeien hebben wij sinds kort naast de Cow Rocket ook de Ferti Dry bolus met extra biotine erin, hetgeen de klauwgezondheid bevordert. De prijs ligt per koe (2 boli) wel € 7,80 hoger.

De prijs van de Cow Rocket is gelijk aan die van de Ferti-plus. Wanneer u beiden afneemt dan telt de totale hoeveelheid boli voor de staffelprijs (ook Ferti dry doet mee in de staffel).

Nieuwe medicijnen;

Norocillin (REG NL 2723) als alternatief voor Depocilline/Procpen; 1 ml per 30 kg intramusculair, 3-5 dgn wachttijd rund; vlees 5 dgn, melk 3 dgn.

 

Zeleris (REG NL 108725) voor behandeling van longontsteking bij kalveren, combinatie preparaat van antibioticum florfenicol met pijnstiller meloxicam; 1 ml per 10 kg subcutaan, eenmalig,

wachttijd rund; vlees 56 dgn, melk NVT

 

Meloxidyl (REG NL 108189) als pijnstiller (identiek aan Novacam); 2,5 ml per 100 kg subcutaan, eenmalig, wachttijd rund; vlees 15 dgn, melk 5 dgn

Longworminfecties bij runderen

Hoesten in de weideperiode is het belangrijkste signaal voor een longworminfectie. Ook een daling van de productie en/of vermagering kan optreden.

Dieren kunnen worden besmet door de opname van infectieuze larven in het weidegras. Deze zijn afkomstig van dragers die soms grote aantallen larven uitscheiden via de mest. Vooral percelen waar dieren hebben gelopen die voor het 2e jaar worden geweid, zijn gevaarlijk. Als een dier wordt besmet, maakt deze larve een trektocht door het lichaam en komt uiteindelijk in de longen terecht, zodat er pas na 7-10 dagen de eerste verschijnselen optreden (hoesten, benauwdheid). In de longen worden de longworm-larven volwassen en gaan eieren met infectieuze larven produceren, die worden opgehoest, doorgeslikt en met de mest uitgescheiden (3-4 weken na de eerste opname van larven). Het duurt dan nog 3-4 weken voordat de larven op het land werkelijk infectieus zijn. Tegen longworm wordt immuniteit opgebouwd. De grootste problemen doen zich voor in het eerste weideseizoen. De infectiedruk bouwt zich tijdens het seizoen steeds verder op, zodat vanaf juli klinische verschijnselen zichtbaar kunnen worden. Longworminfecties komen vooral voor bij runderen met weidegang (in een enkel geval ook bij zomerstalvoedering met vers gras). Een besmetting kan in tankmelkonderzoek bevestigd worden. Bij individuele dieren bestaat de mogelijkheid om bloed en/of mest te onderzoeken.

Preventieve maatregelen:

* Het omweiden van dieren om de 3-4 weken naar een schone weide (etgroen).

* Ontwormen na 4-6 weken weidegang op besmet land, zodat dieren wel bescherming opbouwen

* Vaccinatie

In geval van klinische klachten bij jongvee adviseren we altijd om te behandelen met breed spectrum wormmiddelen, zoals Noromectin injectie en Noromectin pour on. Longwormen zijn over het algemeen goed gevoelig voor de meeste van deze producten. Let op: melkgevende dieren kunt u met Cydectin pour on of Noreprinec behandelen (dit zijn middelen met een wachttijd melk 0 dgn).

Nieuwsbrief Maart 2018

Landelijke aanpak BVD en IBR voor melkveebedrijven

Vanaf 1 april 2018 zijn alle melkveehouders verplicht actie te ondernemen tegen IBR en BVD. Elke veehouder moet verplicht deelnemen aan een programma van de Gezondheidsdienst voor Dieren. De programma’s zijn wat aangepast om meer zekerheid te geven, ook zijn er routes bij gekomen.

Voor BVD zijn dit de 4 opties:

  • Route intake virus, bewaking jongvee antistoffen

Wie?: Alleen bedrijven met eigen jongvee-opfok

  1. Tankmelk + jongvee onderzoeken op virus
  2. 10 maanden ALLE kalveren oorbiopten nemen
  3. Na 10 maanden “vrij”
  4. Elke 6 maanden 5 kalveren tussen 8 en 12 maanden bloedonderzoek op antistoffen
  • Route oorbiopten

Wie?: Met name bedrijven zonder eigen jongvee-opfok

  1. 10 maanden ALLE kalveren oorbiopten nemen, dan naar “onverdacht” status
  2. Bij aantonen van BVD bij kalf, kalf afvoeren en moeder onderzoeken en afvoeren
  3. Na 24 maanden “vrij”
  • Route jongvee antistoffen

Wie?: Alleen bedrijven met eigen jongvee-opfok zonder antistoffen bij het jongvee

  1. Elke 6 maanden 5 kalveren tussen 8 en 12 maanden bloedonderzoek op antistoffen
  2. Niet meer dan 1 dieren antistoffen –> status “onverdacht”
  3. Bij 2 of meer kalveren met antistoffen verder onderzoek doen
  4. Na 24 maanden “vrij”
  • Route tankmelk

Wie?: Alleen bedrijven zonder antistoffen in tankmelk

  1. Elk kwartaal tankmelk onderzoek op antistoffen
  2. Gunstige uitslag –> status “onverdacht”
  3. Na 24 maanden “vrij”

Voor IBR zijn dit de 3 route opties:

  • Route intake bloed, bewaking tankmelk

Wie?:  Alleen bedrijven zonder antistoffen in de tankmelk

  1. Binnen 8 weken alle runderen ouder dan 1 jaar bloedonderzoek op antistoffen
  2. Runderen aangevoerd van niet vrije bedrijven? Dan alle runderen vanaf 7 dagen oud.
  3. Geen antistoffen –> direct “vrij”
  4. Wel antistoffen dan runderen afvoeren of kiezen voor ander programma
  • Route tankmelk

Wie?: Alleen bedrijven zonder antistoffen in de tankmelk

  1. Elke maand tankmelk onderzoek op antistoffen
  2. Geen antistoffen –> status “onverdacht”
  3. Na 24 maanden runderen ouder dan 6 jaar bloedonderzoek
  4. Geen antistoffen –> “vrij”
  5. Of runderen met antistoffen afgevoerd en na 1 maand na afvoeren, tank gunstig dan “vrij”
  • Route vaccinatie

Wie?: Met name bedrijven met antistoffen in de tankmelk

  1. Elke 6 maanden vaccineren (volgens bijsluiter), dierenarts registreert dit in VeeOnline
  2. Na registratie door dierenarts –> status “vaccinerend”
  3. Jaarlijks tankmelk onderzoeken, afhankelijk van bedrijfshistorie..

Wij hebben de veehouders die nog niet deelnemen aan een programma voor IBR of BVD, opgegeven voor het programma dat het beste past. Wanneer het bedrijf niet geschikt blijkt te zijn voor het programma na het eerste onderzoek, dan krijgt u dit te horen van GD. 

BVD oorbiopten

 

Wanneer u over wilt of moet gaan op het nemen van oorbiopten, dan kunt deze speciale oormerken aanvragen bij uw eigen oormerkenleverancier. U moet zelf de biopten opsturen naar de GD, meestal krijgt u dit verzendmateriaal

bij de oormerken. Mocht dit niet zo zijn dan kunt u zelf materiaal bestellen bij de webshop van de GD: gdwebshop.nl.

Vergeet niet dat u voor het programma voor het certificeren alle kalveren met deze oormerken moet doen, dus ook de stierkalven.

Nieuwsbrief februari 2018

 

KKM/Q-lip /KIWA controle

 

Regelmatig worden we, voordat veehouders controle hebben, gebeld met welke documenten waar te vinden zijn. Daarom hierbij een lijstje met wie, wat, waar:

  • Digitale 1 op 1 overeenkomst met de dierenarts:
  • Digitale bedrijfsgezondheids- en bedrijfsbehandelplan:
  • Informatie over uw dierdagdosering:
  • Logboeken van medicijnen;
    • Is uw emailadres bij ons bekend dan worden deze direct na het inboeken naar u gemaild. U kunt deze dan zelf printen of in een mapje op uw computer opslaan.
    • Wanneer we geen mailadres van u hebben dan worden de logboeken met de factuur meegestuurd via de post.

Houdt het behandelen van dieren schriftelijk bij met datum en de wachttijd erbij. Zorg daarnaast dat u alleen medicijnen op voorraad hebt die op uw bedrijfs-behandelplan staan of dat u een visitebrief van de dierenarts hebt bij medicijnen die er niet op staan.

Wanneer u medicijnflesjes aanprikt, bent u verplicht een “aanprikdatum” op het flesje te schrijven. Hoe lang een medicijn dan nog houdbaar is, staat op het etiket vermeldt.

U kunt altijd de praktijk bellen als u tijdens de controle toch nog wat mist, dan kunnen wij het misschien nog in orde maken!

Antibiotica in de tankmelk

Dat er antibiotica in de tankmelk kan worden aangetoond nadat er melk van een behandelde koe in de tank is gekomen, is u ongetwijfeld bekend. Onlangs is er in onze praktijk een tank positief getest op antibiotica doordat de veehouder een lekkende injectiespuit met Depocilline in de zak van zijn overall had gehad. Vervolgens is met melken via de handen van de veehouder de antibiotica in de melk terecht gekomen. Dit kon met zekerheid de enige oorzaak zijn. Bij navraag en berekening blijkt dat twee druppels Depocilline/Procpen al een tank van 6000 liter positief kan maken. Mocht u dus een keer antibiotica hebben gelekt op uw kleding of op de huid van uw handen of armen, trek dan een schone overall aan en was uw handen grondig met zeep. Ook mastitis- en droogzetinjectoren die op handen of kleding terecht komen, geven hetzelfde risico.

Dierenartspraktijk Informatie Veehouder Avond

Op dinsdag 6 Maart hebben wij weer onze jaarlijkse DIVA avond voor onze veehouders. Deze avond zal in het teken staan van droogstand en uiergezondheid en wij hebben Christian Scherpenzeel van de Gezondheidsdienst voor Dieren bereid gevonden om hier een verhaal over te vertellen. Verdere informatie volg nog via de praktijk.

Ook zullen wij de nieuwe programma’s rond IBR/BVD toelichten. Locatie: Studio Oosterman in Aarlanderveen,

Aanvang: 20:00 uur

Worminfecties bij uw schapen en lammeren voorkomen!

Om besmetting van de lammeren te voorkomen is het verstandig  uw ooien te ontwormen kort nadat ze gelammerd hebben. Door een verlaagde afweer van de ooien rondom het aflammeren, scheiden zij grote aantallen wormeieren uit. Deze worden opgenomen door de lammeren, waardoor zij meteen een hoge wormbesmetting oplopen. Wanneer u een volwassen ooi ontwormd, kunt u ervan uit gaan dat zij gemiddeld 70-80 kg weegt. Ontworm maximaal 95%-98% van de koppel om resistentie te voorkomen. Twijfelt u of een wormmiddel nog goed werkzaam is, dan is dit te controleren door 10 tot 14 dagen na een ontworming een mestmonster van circa 5 dieren te nemen. Dit kunnen we op de praktijk onderzoeken, u heeft dan dezelfde dag nog een uitslag. De kosten zijn 9,85 excl. BTW per monster.

Bij lammeren jonger dan 6 weken kan diarree worden veroorzaakt door coccidiose en nog niet door maagdarm-worminfecties. Via een simpel mestonderzoek op de praktijk kunt u erachter komen of coccidiose de oorzaak is van de diarree.

Op www.schapenpedia.nl kunt u meer informatie vinden over beweiden en ontwormen van uw schapen.

Nieuwsbrief Januari

De beste wensen voor 2018

Namens alle medewerkers van ‘Dierenartsenpraktijk ‘t Groene Hart’ willen wij u en uw bedrijf een gezond en voorspoedig 2018 toewensen. Voor het komende jaar hopen we op een prettige samenwerking. Ook voor dit jaar staan we weer tot uw dienst met raadgeving en ondersteuning op het gebied van diergezondheid op uw bedrijf.

Logboeken direct per mail versturen

Vanaf 1 januari 2018 versturen we direct het logboek van uw medicijnen zodra deze in ons computersysteem zijn ingeboekt. Zodra u een bestelling aan de balie heeft gedaan, als u medicijnen bij een visite besteld of als een dierenarts medicijnen heeft gebruikt bij een visite en deze worden ingeboekt, ontvangt u een e-mail met de bijbehorende logboeken. Het is een officiële regel om logboeken direct mee te geven of te versturen per mail. Voorheen stuurden we de logboeken 1x per maand, tegelijkertijd met uw maandfactuur, om het aantal e-mails te beperken. Helaas is in het computersysteem afgelopen jaar een fout opgetreden. Als een dierenarts die niet de 1-op-1 dierenarts van een veehouder was een visite uitvoerde, terwijl er eerder medicijnen waren afgegeven die nog niet aan de databank waren doorgegeven, werden de logboeken niet op de juiste dierenarts verstuurd of er vielen zelfs logboekregels weg. Medicijnen moeten altijd op de juiste dierenarts doorgestuurd worden naar de databank. Voor afgelopen jaar worden de ontbrekende logboeken die niet aangekomen zijn bij de databank alsnog gecorrigeerd, zodat de juiste dierdagdoseringen gehanteerd kunnen worden.

Om deze vervelende situatie komend jaar te voorkomen gaan we per direct over op het e-mailen van de logboeken zodra er iets geboekt is. U kunt bijvoorbeeld zelf een verzamelmap op uw computer zetten om alle logboeken te verzamelen. Bij de facturen van januari zullen we alsnog eenmalig alle logboeken meesturen van die maand, omdat we zelf ook nog moeten wennen aan het nieuwe protocol en misschien nog niet bij iedereen direct het logboek is gemaild.

Schapen enten tegen het bloed (Clostridium)

Bij schapen komt de ziekte “het bloed” genaamd voor. “Het bloed” veroorzaakt sterfte bij snelgroeiende lammeren in de eerste maanden na de geboorte. Ter voorkoming hiervan is een entstof beschikbaar die bij voorkeur toegediend moet worden aan de hoog drachtige ooien, waarna de lammeren beschermd worden via antistoffen die ze met de biest opnemen.

Jonge ooien en schapen die niet eerder ingeënt zijn, hebben het eerste jaar een basisenting nodig die herhaald moet worden na 4 tot 6 weken. De laatste enting moet minimaal 2 weken en maximaal 8 weken voor het aflammen plaatsvinden. Indien u wilt gaan enten, dan moet u dus minimaal 6 weken voordat het eerste schaap gaat lammeren een afspraak maken voor de eerste enting. Het kan dus nu al de hoogste tijd zijn om de drachtige ooien voor de eerste keer te enten!

Verloskunde voor (hobby)schapen- en geitenhouders

Wat is belangrijk bij schapen verlossen en tijdens de eerste levensuren van het lam? Hoe zorg ik dat het lam goed ligt tijdens de geboorte? Wat kan er mis gaan? Wanneer moet ik hulp inroepen?

Op al deze vragen krijgt u antwoord tijdens de avond verloskunde voor schapen- en geitenhouders, zodat u vol goede moed de drukke periode van het aflammeren in kunt gaan. Wilt u leren hoe u uw schapen zelf kunt verlossen of wilt u uw kennis opfrissen? Geef u dan op via de praktijk: info@dapgroenehart.nl of bel met 0172 650400.

Datum: woe 7 februari om 19:30 uur. Kosten van deelname zijn €30,-. Mocht u geïnteresseerd zijn maar verhinderd zijn op de aangegeven datum, laat het dan aan de praktijk weten!

Workshop over valkuilen en kansen van een succesvolle Droogstand

Graag nodigen wij u uit voor een praktische en prikkelende workshop over succesvol droogzetten op donderdag 8 februari. Deze workshop is in december ook al succesvol gehouden. Onder begeleiding van dierenarts Elisa Coppens worden kansen en valkuilen bekeken op een melkveehouderijbedrijf. Hoe zorgt u er bijvoorbeeld voor dat een teatsealer optimaal werkt?

Tijdens deze middag gaan we aan de slag met praktische handvatten die u op uw eigen bedrijf kunt toepassen. We starten met het droogzetten van een koe. Vervolgens gaan we met maximaal tien collega-veehouders kijken waar verbeterpunten liggen bij zaken als het rantsoen en de hygiëne. We sluiten gezamenlijk af met een korte presentatie. Tijdens deze workshop worden uw eigen gegevens bekeken en besproken. Kortom praktisch en verantwoord droogzetten; hoe dóet u dat?

Datum: do 8 februari om 13:30 uur. Kosten van deelname zijn €35,-. Opgeven kan via de praktijk: info@dapgroenehart.nl of bel met 0172 650400.