Nieuwsbrief September

Droogzetten, hoe doen we het?

De richtlijn droogzetten bestaat nu al een aantal jaar en dus is er inmiddels meer onderzoek gedaan naar hoe men nu droogzet en wat het effect is.

Gebleken is dat veel veehouders te voorzichtig met de richtlijn omgaan; wij verkopen voor slechts 43% van alle melkkoeien uit ons bestand droogzetters (Orbenin Dry Cow en Extra Dry Cow) terwijl dit gemiddeld 60% zou mogen zijn. 90% van de oudere koeien en 20% van de vaarzen zouden namelijk drooggezet kunnen worden met antibiotica.

Bij deelnemers aan Pir-DAP kunnen wij de droogzet-evaluatie inzien. Hier wordt weergegeven of koeien een laag celgetal houden na droogzetten of juist met een hoog celgetal aan de melk komen. Ook kun je zien of het celgetal van dieren met verhoogd celgetal laag is na droogstand, dus hoeveel procent geneest.

Het streven is om gemiddeld meer dan 80% genezing te hebben onder de dieren met een verhoogd celgetal en niet meer dan 10% nieuwe infecties. 30% van onze veehouders die we in Pir-DAP* hebben haalt beide streefwaardes, 41% haalt beiden niet. Afhankelijk van welke streefwaarde u niet haalt, spelen verschillende risicofactoren.

Eind oktober starten we in samenwerking met Zoetis met een “Droogstandworkshop” voor veehouders die beide streefwaardes niet halen. De kosten voor deze workshop zijn €35,-. Wij zullen telefonisch contact opnemen om het één en ander uit te leggen en u te vragen of u deel wilt nemen aan de workshop.

Bent u benieuwd hoe u het doet? Vraag ons de droogstandsevaluatie met u door te nemen bij een bedrijfsbezoek. Uiteraard kunt u ook uzelf aanmelden voor de workshop!

* Wanneer u kiest voor een vorm van vast bedrijfsbegeleiding, dan worden de kosten voor Pir-DAP (€30.-) altijd door ons betaald.

Vaccinatie pinkengriep

Luchtwegproblemen bij jongvee komen met name voor in het najaar. Het opstallen van dieren in combinatie met temperatuurwisselingen en hoge luchtvochtigheid zorgt voor een grotere kans op luchtwegproblemen.

Een combinatie van verschillende ziekteverwekkers speelt een rol bij pinkengriep. Vanaf een leeftijd van 6 weken kunnen kalveren worden ingeënt tegen pinkengriep, de dieren moeten dan tweemaal worden gevaccineerd met 4 weken tussentijd. De laatste vaccinatie dient 2 weken voor het opstallen te hebben plaats gevonden.

Naast de mogelijkheid tot vaccinatie zijn ook andere preventieve maatregelen van belang:

  • Zorg voor een goede ventilatie: voldoende frisse lucht, geen tocht.
  • Een goede weerstand wordt bereikt door een juiste mineralenvoorziening, aanpak van eventuele BVD-infectie, voldoende energie en eiwit in het jongveerantsoen.
  • Een goede algemene hygiëne verlaagt de infectiedruk
  • Voorkom grote leeftijdsverschillen binnen een groep, evenals contact met ouder vee (bijv. droge koeien).
  • Voorkom stress bij het opstallen: maak groepen niet te groot en houdt de groepen zoveel mogelijk constant.

Uitslag deelnemers tankmelk wormonderzoek

Onlangs hebben de deelnemers van het GD tankmelk-abonnement hun uitslag ontvangen. Heeft u weinig afweerstoffen in uw tank, wees dan alert op hoestklachten of productiedaling. Vaarzen en tweedekalfs koeien zijn de meest gevoelige dieren, omdat zij minder afweer hebben tegen wormen. Laat bij hen eventueel verder onderzoek (bloed of mest) doen om te zien of behandeling nodig is.

Wanneer u veel afweerstoffen in de tankmelk heeft is het verstandig om contact met ons op te nemen. Verder onderzoek en ontwormen kan mogelijk nodig zijn. Vergeet niet om kritisch te kijken naar de weidegang en ontworming van uw jongvee.

Nieuwsbrief Augustus

Longworminfecties bij runderen

Hoesten in de weideperiode kan een signaal zijn voor een longworminfectie. Bij een longworminfectie kan ook een daling van de productie en/of vermagering optreden.

Dieren worden besmet door de opname van longwormlarven vanuit weidegras. Deze larven zijn afkomstig van dragers die soms grote aantallen uitscheiden via de mest. Vooral land waar jongvee voor het 2e jaar worden geweid, is gevaarlijk. Als een dier wordt besmet, maakt deze larve een trektocht door het lichaam en komt uiteindelijk in de longen terecht, zodat pas na 5 -10 dagen de eerste verschijnselen optreden (hoesten, benauwdheid). In de longen worden de longworm-larven volwassen en gaan eieren met infectieuze larven produceren, die worden opgehoest, doorgeslikt en met de mest uitgescheiden (3-4 weken na de eerste opname van larven). Het duurt dan nog 3-4 weken voordat de larven op het land werkelijk infectieus zijn.

 

Tegen longworm wordt immuniteit opgebouwd, de grootste problemen doen zich voor in het eerste weideseizoen. De infectiedruk bouwt zich tijdens het seizoen steeds verder op, zodat vanaf juli klinische verschijnselen zichtbaar kunnen worden. Een besmetting kan in tankmelkonderzoek bevestigd worden. Bij individuele dieren bestaat de mogelijkheid om bloed en/of mest te onderzoeken.

 

Preventieve maatregelen:  

  • Omweiden, elke 3-4 weken naar een schone weide. (Larven blijven 7-8 weken in leven op de weide). Meer informatie hierover: parasietenwijzer.nl
  • Vaccinatie (1e keer minimaal 8 weken voor weidegang)
  • Ontwormen na 4-6 weken bij weidegang op besmet land, zodat dieren wel bescherming opbouwen.

 

In geval van klinische klachten bij jongvee adviseren we te behandelen met Noromectin. Bij melkgevende dieren vanwege resistentie-ontwikkeling niet de gehele koppel, maar wél de hoestende dieren behandelen met Cydectin of Noreprinec.

Vliegenbestrijding

Vliegen behoren tot het lastigst te bestrijden ongedierte. In en om de gebouwen van de melkveehouderij en in de weide gedijen verschillende soorten vliegen. Vliegen kunnen de koeien afleiden van de voer- en wateropname. Dit kan leiden tot een lagere gewichtstoename bij het jongvee en lagere melkgift en gewichtsverlies bij het melkvee. Vliegen (en muggen) kunnen bovendien een rol spelen in het overbrengen van infectieziekten zoals; uierontsteking, blauwtong, schmallenberg en van een oogonsteking (houw).

Aangezien 80% van de totale vliegenpopulatie uit maden bestaat, is het vrijwel onmogelijk het aantal vliegen uitsluitend onder controle te houden met insecticiden die de volwassen exemplaren bestrijden. De beste aanpak voor de bestrijding van vliegen is daarom tweeledig; enerzijds moet worden voorkomen dat larven zich ontwikkelen tot vliegen en anderzijds moet de bestaande populatie volwassen vliegen worden bestreden. Net als bij alle andere schadelijke insecten fluctueert de populatie vliegen onder natuurlijke omstandigheden. Een efficiënte vliegenbestrijding vereist een combinatie van maatregelen om de populatie onder controle te houden. Het mixen van de kelder werkt ook preventief.

Wij hebben voor de bestrijding van de larven in de mest (kelder) Dimilin granulaat 4% en Lurectron voor de gebouwen op voorraad. Voor de bescherming op de dieren hebben wij onderstaande middelen:

 

Product Toepassing Werkings-

duur

Wachttijd

Melk Vlees

Spotinor Pour-on 4-8 wkn 0 17 dgn
Auriplak Oorflappen 4 mnd 0 0 dgn
Veerust Spray 1 dag 0 0 dgn

Let op de kwaliteit van oppervlaktewater als drinkwater in de zomer!

De kwaliteit van oppervlaktewater kan sterk wisselend zijn, met name bij hogere temperaturen. Het is dan makkelijker voor blauwalg om te vermenigvuldigen (groene, soms rode of gele, waas in de sloot) en er kan waterstofsulfide (H2S) gevormd worden door afgestorven planten. Daarnaast is door bijvoorbeeld een dood dier (m.n. watervogels) meer kans op Botulisme.

Bij twijfel over de kwaliteit van het water is het daarom beter om leiding- of bronwater te geven. Bij warm weer hebben melkkoeien tot wel 200 L water per dier per dag nodig. Zorg dus voor een ruime voorziening!

 

Besteed ook extra aandacht aan de hygiëne van de drinkbakken in de stal. Hier kunnen met warm weer de kiemen makkelijker groeien en het water minder smakelijk of zelfs schadelijk maken.

Nieuwsbrief Juli

Kosten klinische en (sub) klinische mastitis

Na het wegvallen van het melkquoteringssysteem veranderde de financiële schade die mastitis op het bedrijf veroorzaakt. Naast faalkosten wordt er nu ook vaker gekeken naar preventiekosten.

Er zijn veel studies gedaan naar de schade die mastitis veroorzaakt. De focus van deze studies lag vooral op de kosten van de behandeling, productiederving en het opruimen van mastitis koeien, ook wel de faalkosten genoemd. Een nieuwe studie kijkt ook naar preventieve kosten: investeringen in materialen (zoals dipmiddelen en melkershandschoenen) en managementmaatregelen om mastitis te voorkomen.

Toename faalkosten mastitis

Na het wegvallen van het EU-melkquoteringssysteem in 2015 namen de faalkosten, veroorzaakt door klinische-en subklinische mastitis, toe. In een vrije markt telt elke geleverde liter melk mee in de totale melkgeldopbrengst van een bedrijf. Elke weggegooide liter melk van een met antibiotica behandelde koe kost geld. De productiederving van koeien met een verhoogd celgetal en koeien die mastitis hebben gehad komt daar nog bij.

Kosten tussen bedrijven variëren sterk, zie tabel,

Mastitiskosten (€)/ koe/jaar Gemiddelde kosten Laagste kosten Hoogste kosten
Faalkosten 120 72 262
Preventieve kosten 120 48 176
Totale kosten 240 120 438

Tabel 1: Faal- en preventieve kosten van mastitis op Nederlandse melkveehouderijen, JDS 2016. (Bron: van Soest et al.)

Deze tabel geeft de kosten per mastitis geval weer.

Wanneer er dus 10 gevallen per jaar zijn gaat het om 10 keer 240 euro.

Het is dus zeker de moeite waard om de hoofdveroorzaker(s) van de klinische- en subklinische mastitis te vinden, dan kunt u daarbij de meest effectieve preventieve maatregelen zoeken. Op die manier kan een goede balans tussen preventieve- en faalkosten van mastitis op het melkveebedrijf worden gewaarborgd.

Hitte stress:

 De eerste warme dagen hebben we al weer gehad.

Koeien kunnen veel last hebben van de warmte.

Dit resulteert in een verminderde opname van voer en dus ook in verminderde melkgift. Melkkoeien produceren het best bij temperaturen tussen 5 en 20°C. Verder neemt het celgetal in de warmere maanden van het jaar vaak toe.

Dus kijk nog eens of u alles doet om hittestress te voorkomen. Bij omgevingstemperaturen boven 20°C ziet het actieplan er als volgt uit:

 

1.aanpassen voeding: koeien moeten continu voer ter beschikking hebben (accepteer meer restvoer). Voer vaker kleinere hoeveelheden om broei te voorkomen.

2.water checken: zorg dat er voldoende fris en schoon water beschikbaar is. Controleer 3x daags de bakken en zorg voor voldoende loopruimte rondom de drinkbakken

3.vermijd overbezetting; dit geldt voor de lig-, vreet- én drinkplekken.

4.stal en koeien koelen: koeien scheren; stal goed ventileren, met name in de wachtruimte en bij de hoogdrachtige en afkalfkoeien; huid van de koeien nat maken (alleen in combinatie met goede ventilatie); dak koelen met water; schaduw bieden in de wei.

5.Wanneer u een goed geïsoleerd dak heeft en voldoende lucht dan de koeien overdag opstallen en ’s avonds / ’s nachts weidegang geven

Nieuwsbrief Juni

Toename resistentie bij schapen voor ontwormings-middelen

Onlangs heeft de Faculteit diergeneeskunde op 33 Nederlandse schapenbedrijven onderzoek gedaan naar de resistentie van maag- darmwormen voor de gangbare ontwormingsmiddelen.

Hieruit bleek op 80% van de bedrijven de benzimidazolen en ivermectines (Noromectin ®, Ivomec ®) nog amper te werken. Zelfs voor Moxidectine (Cydectin®) bleek op deze bedrijven in 53% van de gevallen al resistentie te zijn. Voor monepantel (Zolvix®), een relatief nieuw middel, is ook al op 8% van de bedrijven resistentie aangetoond.

Voor het 20 jaar oude middel levamisole is weinig resistentie aangetoond, waarschijnlijk komt dit doordat het middel de laatste jaren nog maar weinig gebruikt is.

 

Vorig jaar hebben wij ook op enkele bedrijven in de praktijk gemerkt dat er resistentieproblemen zijn. Daarom raden wij aan rond 1 juli (of als de lammeren ongeveer 3 maanden oud zijn) eerst mestonderzoek te laten doen van ± 5 lammeren voordat u gaat behandelen. Het is namelijk niet altijd nodig standaard te ontwormen. Mocht het wel nodig zijn en/of heeft u ontwormd maar het vermoeden dat het niet voldoende werkt; laat dan op 10-14 dagen na behandelen de mest door ons controleren.

 

Naast ontwormen kunt u met effectief omweiden besmetting voorkomen. Idealiter weidt men dan elke 3 weken (voor- en najaar) of elke 2 weken om (zomer) naar een weide waar tenminste 3 maanden geen schapen hebben gelopen.

 

Is het wel nodig om te ontwormen:

– Voorkom onder dosering! Weeg het liefst de dieren.

– 2-5% van de koppel niet ontwormen (beste lammeren)

– Wissel jaarlijks van ontwormingsmiddel

– Aangevoerde dieren eerst in quarantaine en ontwormen, doe erna mestonderzoek om resistentie te controleren!

Meer informatie op: www.schapenpedia.nl

Mineralen jongvee/droge koeien

Wanneer het jongvee naar buiten gaat, is het belangrijk om de mineralenvoorziening in de gaten te houden. Het komt nog wel eens voor dat de klamvaarzen vanaf augustus meer doodgeboren kalveren hebben, vaker aan de nageboorte blijven staan en/of baarmoederontsteking krijgen.

Daarnaast kan de productie van de vaarzen ook achterblijven door een tekort aan vitamine E /Selenium en/of koper. Dit tekort is te voorkomen door bij uitscharen 2 mineralen boli toe te dienen. Hierdoor ben je er in ieder geval zeker van dat alle dieren daadwerkelijk sporenelementen binnenkrijgen.

Het mineraal magnesium zit echter niet in de bolus en is vooral belangrijk in de laatste 2 a 3 weken voor afkalven. Dit kan/moet met bijvoeren op stal gecorrigeerd worden.

 

De Ferti-plus bolus is bij ons het hele jaar door verkrijgbaar voor een zeer scherpe prijs. Deze bolus is 6 maanden werkzaam.

 

Voor de droge koeien hebben wij sinds kort ook de Cow Rocket bolus op voorraad. Deze bolus is beter geschikt voor droge koeien dan de Ferti-plus bolus, omdat de afgifteperiode 4 maanden is.

 

De prijs van de Cow Rocket is gelijk aan die van de Ferti-plus.

Wanneer u  beiden afneemt dan telt de totale hoeveelheid boli voor de staffelprijs.

Nieuwsbrief Mei

Madenziekte bij het schaap

Nu het weer warmer wordt kan er weer huidmadenziekte, oftewel myiasis optreden bij schapen. De ziekte wordt veroorzaakt door de maden van een vlieg, genaamd Lucilia sericat. Deze vlieg legt zijn eitjes in vieze wol van schapen. Bij de juiste temperatuur komen deze eitjes binnen 1 dag uit en ontwikkelen zich tot maden. Deze maden kruipen richting de huid en beginnen zich daar een weg door de huid naar binnen te eten. Hierbij eten ze zich tot onder de huid en eten het schaap als het ware levend op. Nadat ze zich volgegeten hebben, laten de maden zich vallen en verpoppen zich tot een groene glimmende vlieg. Om dit te voorkomen zijn er meerdere mogelijkheden.

  1. scheren: als de schapen geschoren zijn is de kans dat een schaap huidmadenziekte oploopt in de eerste twee maanden na het scheren veel kleiner.
  2. ontwormen: de vlieg houdt er van om zijn eitjes te leggen in vieze wol. Schapen met een worminfectie krijgen sneller dunne mest en dus vieze wol.

Ook kunnen de schapen preventief behandeld worden. Dit voorkomt een besmetting met de huidmaden gedurende enige tijd. Dit kan met Neocidol® (4 tot 6 weken werkzaam en ook werkzaam tegen schurft en luizen) of met Clik® (16 weken werkzaam), deze middelen kunnen over de rug van het schaap heen gegoten of gesproeid worden.

Neocidol ® kan ook worden gebruikt wanneer de schapen al maden hebben.

Hoe kunt u zien of een schaap last heeft van huidmadenziekte? De schapen zijn erg onrustig, grazen niet meer en proberen zich te krabben. Ze kijken soms veel naar de achterhand, kwispelen met de staart en zonderen zich ook wel eens af.

Gewicht herkauwers onderschat

Bij het behandelen van dieren met medicijnen is het juist inschatten van het gewicht heel belangrijk. Dit  om een juiste dosering te geven en daarmee te streven naar een maximale werking van het toegediende middel. Onderdoseren kan zeer schadelijk zijn, omdat zo resistentie op kan treden. Om een redelijke schatting te maken is het goed om van een aantal gemiddelde gewichten uit te gaan en het betreffende dier daarmee te vergelijken.

Melk- en vleesvee:

  • HF jaarling van circa 1 jaar: ongeveer 310-320 kg
  • Vaarzen HF:
    • Hoogdrachtig: 630 kg
    • Begin lactatie: 570 kg
    • Eind lactatie: 670 kg
  • Volwassen HF koe:
    • Hoogdrachtig: 720 kg
    • Begin lactatie: 650 kg
    • Eind lactatie: 720 kg
  • Dubbeldoelkoe (Montbeliarde) en kruisingen tussen de 650 en 800 kg.
  • Volwassen Fleckvieh-koe: gemiddeld 100 kg zwaarder dan een HF-koe
  • Limousin koe: tussen 600 tot 800 kg.
  • Limousin vleesstieren tussen 15 en 18 maanden variëren tussen 550 en 730 kg.

Schapen:

  • Volwassen ooi: ±. 80 kg.
  • Volwassen ram: 80 – 100 kg.

 

Wanneer deze gewichten worden aangehouden wordt juist doseren makkelijker.

Gebruik voetbaden, ook in de zomer!

Op meer dan 90% van de melkveebedrijven in Nederland komen infectieuze klauwaandoeningen voor (o.a. ziekte van Mortellaro). Verhoging van de dagtemperatuur (zomer) resulteert in een verhoging van de besmettingsdruk en dus ook van de Mortellaro-problemen op stal. Het 1x per 2 weken toepassen van een voetbad (met bijvoorbeeld formaline 4%) is een internationaal erkende goede strategie ter preventie van problemen en het is dus belangrijk dat dit zeker ook in de zomermaanden volgehouden wordt. Weidegang heeft zeker ook een positieve invloed op de klauwgezondheid, maar dat is vooral merkbaar bij dag- en nachtweiden. Bij alleen dagweiden staan de koeien nog 16 tot 18 uur bloot aan een verhoogde infectiedruk; zeker als er ook sprake is van overbezetting in de stal.

Nieuwsbrief April

Richtlijn droogzetten

28 Oktober 2013 is de richtlijn droogzetten bekend gemaakt. Droogzetten van koeien mag onder de huidige wet en regelgeving alleen curatief worden toegepast. D.w.z. om een intramammaire infectie te genezen, kijk dus goed naar het celgetal van de koe op het moment van droogzetten. Bij koeien geldt een grens van 50.000 cellen, bij vaarzen 150.000. Wanneer er geen melkcontrole beschikbaar is, kan een CMT-test gebruikt worden. Om dieren te beschermen tegen het oplopen van nieuwe infecties tijdens de droogstand kan een teatseal gebruikt worden.

Mineralen jongvee/droge koeien

Wanneer het jongvee (en eventueel de droge koeien) naar buiten gestuurd worden, is het belangrijk om de mineralenvoorziening in de gaten te houden. Op veel bedrijven komen we nog tegen dat de klamvaarzen vanaf augustus meer doodgeboren kalveren hebben, vaker aan de nageboorte blijven staan en/of baarmoederontsteking krijgen. De productie van de vaarzen kan ook achterblijven bij de verwachting. Dit heeft te maken met een tekort aan vitamine E /Selenium en/of koper. Dit tekort kun je voorkomen door bij uitscharen 2 mineralenboli toe te dienen. Hierdoor ben je er in ieder geval zeker van dat alle dieren daadwerkelijk sporenelementen binnenkrijgen.

De Ferti-plus bolus is bij ons het hele jaar door verkrijgbaar voor een zeer scherpe prijs.

Let op: Het mineraal magnesium zit echter niet in de bolus en is vooral belangrijk in de laatste 2 à 3 weken voor afkalven en kan/moet met bijvoeren op stal gecorrigeerd worden

Bacteriologisch onderzoek melk

Om een goed beeld te krijgen welke mastitis verwekkers op uw bedrijf een rol spelen is het regelmatig onderzoeken van melkmonsters van groot belang. Op de praktijk kunnen wij vervolgens ook kijken of er zich ongevoeligheid voor bepaalde antibiotica heeft ontwikkeld.

Het door u genomen monster speelt een grote rol in het slagen van dit onderzoek. Wanneer het monster namelijk niet hygiënisch wordt genomen, wordt niet de juiste bacterie gekweekt en geeft de uitslag een verkeerd beeld. Het nemen van een goed monster is lastig, maar volg in ieder geval onderstaande richtlijnen:

  • Neem materiaal af in een zo vroeg mogelijk stadium van de infectie.
    ·  Probeer contaminatie van het monster te voorkomen, omdat anders de oorzakelijke kiemen overgroeid kunnen raken. Denk hierbij ook aan kiemen die tot de ‘normale flora’ behoren in geval van huid- of slijmvliesmonsters.
  • Neem monsters liefst voordat antibiotica worden toegepast of anders minimaal 7 dagen na de laatste toediening.
  • Alleen steriele melkbuizen zijn geschikt voor het nemen van een melkmonster. Deze zijn verkrijgbaar op de praktijk.

Het nemen van een monster:

  • Maak de speen schoon met een schone doek
  • Melk de eerste stralen melk weg
  • Ontsmet de speen met een tepeldoekje
  • Melk weer de eerste stralen weg
  • Melk ¾ van een schone melkbuis vol. Let hierbij op dat u het dopje schoon houdt tijdens het melken in het buisje. Houdt daarom het buisje schuin en het dopje naar beneden zodat er geen vuil invalt.

 

Wanneer u op jaarbasis10 melkmonsters bacteriologisch laat onderzoeken, is het onderzoek van het 10e monster gratis. Dit geldt voor heel 2017

Nieuwsbrief Maart

 

Aanpak IBR en BVD per 1 januari 2018 verplicht

 

De Nederlandse zuivelverwerkers, verenigd in de Nederlandse Zuivelorganisatie (NZO) hebben bestrijding van IBR en BVD opgenomen in hun leveringsvoorwaarden. Daarmee nemen de bedrijven een voorschot op het lopende proces om tot een landelijk bestrijdingsprogramma te komen en wordt de aanpak van deze ziekten verplichte kost. De eis is dat leveranciers van boerderijmelk per 1 januari 2018 deelnemer zijn aan een erkend programma. Als het goed is bent u al door uw melkfabriek op de hoogte gebracht van deze ontwikkeling.

Op dit moment is er vanuit ZuivelNL nog subsidie beschikbaar voor eenieder die nog niet begonnen is of niets weet over de actuele BVD en/of IBR-situatie.

Indien u mee doet aan het BVD vrij programma (bloed en tankmelkonderzoek) dan krijgt u 200 euro terug op de onderzoekskosten.

Ook krijgt u 200 euro terug op de onderzoekskosten indien u vanuit IBR onverdacht naar IBR vrij gaat certificeren; u moet dan wel aan de eis voldoen dat u minstens 2 jaar tankmelk onverdacht bent gebleven. Indien u gelijk IBR vrij wilt certificeren dan heeft u ook recht op deze subsidie.

Deze subsidie loopt tot 30 juni 2017, dit betekent, dat als u gebruik wilt maken van deze regeling, u voor deze datum het intake onderzoek afgerond moet hebben.

Tijdens de bespreking van het BGP/BBP zullen wij bij diegene die nog geen status heeft, nogmaals aanmoedigen om alvast actie te ondernemen en deze subsidie te benutten. En actief aan de slag te gaan met IBR en BVD

Voor verdere informatie kunt u contact opnemen met de praktijk.

 

 

LET OP: VKI verklaring volledig en correct invullen!

Bij controle door de nVWA blijkt dat er fouten worden gemaakt bij het invullen van de VKI-verklaring. U als veehouder moet aangeven welke medicijnen (door u en door ons!) de koe de 35 dagen voor afvoer heeft ontvangen. Alle medicijnen, met en zonder wachttermijn, moeten worden doorgegeven. Eventueel toegediende droogzetters, 60 dagen voor slacht, moeten worden vermeld. Als een dier in de 35 dagen voor slacht ziek is geweest moet u dit ook aangeven in de verklaring met een eventuele diagnose. Indien aanwijzingen voor injecties worden gevonden tijdens het slachtproces kan de oorzaak hiervan herleid worden als dit aangegeven is op het formulier. Wanneer de oorzaak niet te herleiden is wordt het dier afgekeurd en kunnen hoge boetes volgen. Afgelopen weken hebben wij weer meldingen gekregen van gevallen waarbij door onvolledig invullen van de verklaring de dieren zijn afgekeurd en de veehouder een boete heeft gekregen. Dus let op!

 

Worminfecties bij uw schapen

 

De meeste schapenhouders doen er sowieso verstandig aan om de oude schapen na aflammeren te ontwormen om zo besmetting van het weiland met wormeieren te voorkomen. (Ga uit van een lichaamsgewicht van 80 kg voor een volwassen schaap)

Voor schapen is op www.parasietenwijzer.nl een stappenplan te vinden om tot een goed ontwormplan te komen. Bij lammeren jonger dan 6 weken wordt diarree vaak veroorzaakt door coccidiose en nog niet door maagdarmworminfecties. Een behandeling met Tolracol is dan noodzakelijk. Een onderzoek van een mest- monster op de oorzaak kunnen wij bij ons op de praktijk uitvoeren en zo heeft u binnen een paar uur al de uitslag. Twijfelt u of een wormmiddel nog goed werkzaam is, dan is dit te controleren door 5 tot 7 dagen na een ontworming een mestmonster van circa 3 dieren te nemen. Dit kunnen we op de praktijk onderzoeken. Er mogen dan geen wormeieren inzitten.

De kosten van een mestonderzoek zijn € 9,50 excl. BTW voor het eerste monster. Elk volgend monster kost € 6,-.

Nieuwsbrief Februari

Worminfecties bij uw jongvee

 

Rond deze tijd van het jaar is het verstandig om na te denken over het ontwormen van uw jongvee in de aankomende weideperiode. Bij een goed uitgevoerde ontwormstrategie hoeven dieren na het eerste weideseizoen niet meer ontwormd te worden. Allereerst is het noodzakelijk om goed naar het beweidingsplan te kijken. Via de website www.parasietenwijzer.nl  kunt u een stappenplan volgen om te kijken welke strategie voor uw bedrijf het beste past.

Het is wel raadzaam om vooraf goed na te denken over de aanwezigheid van longworm op uw bedrijf! Zeker als de dieren in het eerste weideseizoen in contact komen met een besmette weide.

Een zwaar met longworm besmet kalf groeit slecht, is vatbaarder voor andere luchtweginfecties en zal als volwassen dier onder de maat presteren.

De beste preventie tegen longworminfecties is en blijft het longwormvaccin.

Het vaccin moet 2x toegediend worden minimaal 6 én 2 weken, voorafgaand aan het eerste weideseizoen. Kalveren moeten minimaal 6 weken oud zijn op het moment van de eerste enting. Na vaccinatie is contact met licht besmette weide van belang voor langdurige immuniteitsopbouw. (b.v. door gevaccineerd jongvee in de zomer enkele dagen te laten lopen op een perceel waar 1 week tot 2 maanden eerder melkkoeien hebben gelopen).

Let op!: Vier weken vóór het vaccineren tot en met 2 weken ná het vaccineren kunt u het beste géén ontwormmiddelen toedienen, omdat deze de immuniteitsopbouw kunnen verstoren.

Wij raden iedereen aan om bij een verdenking van maagdarmworminfectie mestmonsters te nemen en deze op de praktijk te laten onderzoeken. Wij kunnen dan bepalen of het op dat moment zinvol is om te ontwormen.

Nieuwsbrief Januari

Bedrijfsgezondheidsplan (BGP) en Bedrijfsbehandelplan (BBP)

Ook dit jaar bent u weer verplicht uw BGP en BBP te evalueren en uw moet deze binnen 1 jaar hebben geactualiseerd. Bij een eventuele KKM controle door Qlip wordt op deze termijn gelet. U moet dan ook altijd de huidige plannen, alsmede van het jaar daarvoor kunnen laten zien.

Praktisch voor u houdt dit in:

  1. Maak een afspraak, zodat de praktijk dit kan     inplannen.
  2. De geschatte benodigde tijd is ca. 1 uur als alles klaar ligt en er geen bijzonderheden zijn

Na afloop dient het document te worden ondertekend op www.veeonline.nl.

Dit jaar evalueren we tijdens de bespreking ook de droogstand. Wij willen u dan ook vragen de door u ingevulde informatie klaar te leggen zodat we efficiënt kunnen werken. Deze beoordeling dient als input voor de ontwikkeling van de droogzetstrategie voor het volgend jaar. Zo kan een bedrijfshistorie worden opgebouwd.

Het bespreken van het BBP en BGP is een waardevol evaluatiemoment waar we terugblikken op het afgelopen jaar om daar ook van te leren. Indien u zelf nog onderwerpen wilt bespreken dan is dit ook een geschikt moment om dat te doen!

Er word wel van u verwacht dat u de bespreking voorbereid, u kunt hiervoor een invulschema vinden op onze website (www.dapgroenehart.nl). Navigeer vervolgens naar melkvee alwaar u een kopje BGP/BBP vind, op deze pagina vindt u weer een link naar het in te vullen bestand.

Voor alle PartiCo veehouders (dus alle veehouders die niet aan Friesland Campina leveren), die in koekompas zitten volstaat alleen een update van het BBP. Wij raden alle PartiCo veehouders aan om in dit systeem te stappen; het is namelijk veelal financieel aantrekkelijk en deze veehouders hoeven dan niet meer aan de PBB verplichting te voldoen.

Uw 1-op-1 contract met uw eigen dierenarts kun u terug vinden op http://www.inforund.nl.

 

Schapen enten tegen het bloed (Clostridium)

 

Bij schapen komt de ziekte “het bloed” genaamd voor. ’t Bloed veroorzaakt sterfte bij snelgroeiende lammeren in de eerste maanden na de geboorte. Ter voorkoming hiervan is een entstof beschikbaar die bij voorkeur toegediend moet worden aan de hoog drachtige ooien, waarna de lammeren beschermd worden via antistoffen die ze met de biest opnemen.

Jonge ooien en schapen die niet eerder ingeënt zijn, hebben het eerste jaar een basisenting nodig die herhaald moet worden na 4 tot 6 weken. De laatste enting moet minimaal 2 weken en maximaal 8 weken voor het aflammen plaatsvinden. Indien u wilt gaan enten, dan moet u dus minimaal 6 weken voordat het eerste schaap gaat lammeren een afspraak maken voor de eerste enting. Het kan dus nu al de hoogste tijd zijn om de drachtige ooien voor de eerste keer te enten!

 

Veranderingen Medicijnen

 

Sinds afgelopen jaar zijn twee eerste keus injectoren voor mastitis op de markt gekomen: Procapen injector en Orbenin Lactation. De werkzame stof van deze middelen is vergelijkbaar met Orbenin (Extra) Dry Cow. Deze middelen zijn opgenomen in het nieuwe formularium Melkvee dat 22-12-16 uitgekomen is. Daarom zijn wij verplicht deze op te nemen in de nieuwe bedrijfsbehandelplannen voor de milde mastitis. Alleen wanneer de mastitis heftig is, de koe doodziek en koorts heeft, mag u hiervan afwijken en een 2de keus middelen gebruiken (Avuloxil, Ubrolexin en Albiotic).

Voor milde mastitis mogen Avuloxil etc. alleen als er na BO ongevoeligheid is aangetoond voor de 1ste keus middelen. Deze uitzondering geldt echter maar voor een periode van 3 maanden na deze BO uitslag.

Colfen is niet meer leverbaar en wordt vervangen door Norfenicol. Dosering 1ml/15kg in de spier, 2 maal, om de 48u, wachttijd vlees 39 dagen of 2ml/15kg onder de huid, wachttijd vlees 44 dagen.

Nieuwsbrief december

Het team van D.A.P. ’t Groene Hart wenst u

(en uw vee) een gezond en gelukkig 2017 toe!

 

 

poot

De foto’s laat een geslaagde spalk/gipsverband zien bij een koe met een gebroken ondervoet. Na 6 weken is zij weer volledig hersteld.

Bedrijfsgezondheidsplan (BGP) en Bedrijfsbehandelplan (BBP)

Ook dit jaar bent u weer verplicht uw BGP en BBP te evalueren en uw moet deze binnen 1 jaar hebben geactualiseerd. Bij een eventuele KKM controle door Qlip wordt op deze termijn gelet. U moet dan ook altijd de huidige plannen, alsmede van het jaar daarvoor kunnen laten zien.

Praktisch voor u houdt dit in:

  1. Maak een afspraak, zodat de praktijk dit kan     inplannen.
  2. De geschatte benodigde tijd is ca. 1 uur als alles klaar ligt en er geen bijzonderheden zijn

Na afloop dient het document te worden ondertekend op www.veeonline.nl.

Dit jaar evalueren we tijdens de bespreking ook de droogstand. Wij willen u dan ook vragen de door u ingevulde informatie klaar te leggen zodat we efficiënt kunnen werken. Deze beoordeling dient als input voor de ontwikkeling van de droogzetstrategie voor het volgend jaar. Zo kan een bedrijfshistorie worden opgebouwd.

Het bespreken van het BBP en BGP is een waardevol evaluatiemoment waar we terugblikken op het afgelopen jaar om daar ook van te leren. Indien u zelf nog onderwerpen wilt bespreken dan is dit ook een geschikt moment om dat te doen!

Er word wel van u verwacht dat u de bespreking voorbereid, u kunt hiervoor een invulschema vinden op onze website (www.dapgroenehart.nl). Navigeer vervolgens naar melkvee alwaar u een kopje BGP/BBP vind, op deze pagina vindt u weer een link naar het in te vullen bestand.

http://dapgroenehart.nl/melkvee%20bgp-bbp.htm

Voor alle PartiCo veehouders (dus alle veehouders die niet aan Friesland Campina leveren), die in koekompas zitten volstaat alleen een update van het BBP. Wij raden alle PartiCo veehouders aan om in dit systeem te stappen; het is namelijk veelal financieel aantrekkelijk en deze veehouders hoeven dan niet meer aan de PBB verplichting te voldoen.

Uw 1-op-1 contract met uw eigen dierenarts kun u terug vinden op http://www.inforund.nl.

Sinds afgelopen jaar zijn twee eerste keus injectoren voor mastitis op de markt gekomen: Procapen injector en Orbenin Lactation. De werkzame stof van deze middelen is vergelijkbaar met Orbenin (Extra) Dry Cow. Deze middelen zijn opgenomen in het nieuwe formularium Melkvee dat 22-12-16 uitgekomen is. Daarom zijn wij verplicht deze op te nemen in de nieuwe bedrijfsbehandelplannen voor de milde mastitis. Alleen wanneer de mastitis heftig is, de koe doodziek en koorts heeft, mag u hiervan afwijken en een 2de keus middelen gebruiken (Avuloxil, Ubrolexin en Albiotic).

Voor milde mastitis mogen Avuloxil etc. alleen als er na BO ongevoeligheid is aangetoond voor de 1ste keus middelen. Deze uitzondering geldt echter maar voor een periode van 3 maanden na deze BO uitslag.

Colfen is niet meer leverbaar en wordt vervangen door Norfenicol. Dosering 1ml/15kg in de spier, 2 maal, om de 48u, wachttijd vlees 39 dagen of 2ml/15kg onder de huid, wachttijd vlees 44 dagen.

Schapen enten tegen het bloed (Clostridium)

 

Bij schapen komt de ziekte “het bloed” genaamd voor. ’t Bloed veroorzaakt sterfte bij snelgroeiende lammeren in de eerste maanden na de geboorte. Ter voorkoming hiervan is een entstof beschikbaar die bij voorkeur toegediend moet worden aan de hoog drachtige ooien, waarna de lammeren beschermd worden via antistoffen die ze met de biest opnemen.

Jonge ooien en schapen die niet eerder ingeënt zijn, hebben het eerste jaar een basisenting nodig die herhaald moet worden na 4 tot 6 weken. De laatste enting moet minimaal 2 weken en maximaal 8 weken voor het aflammen plaatsvinden. Indien u wilt gaan enten, dan moet u dus minimaal 6 weken voordat het eerste schaap gaat lammeren een afspraak maken voor de eerste enting. Het kan dus nu al de hoogste tijd zijn om de drachtige ooien voor de eerste keer te enten!