Nieuwsbrief November

Bedrijfsbegeleiding 2017

We zijn weer bezig met de planning voor 2017. Veehouders die niet aan ons bedrijfsbegeleidingsprogramma deelnemen maar dit wel graag zouden willen, worden gevraagd dit zo snel mogelijk kenbaar te maken. Het voordeel van begeleiding is een vaste bezoekfrequentie op een vast tijdstip door een vaste dierenarts. Afhankelijk van de melkcontrole-frequentie (4- of 6-wekelijks) geven wij de voorkeur aan een bedrijfsbezoek 7 dagen na de melkcontrole. Het is dan wel belangrijk om in de zomervakantie door te (laten) monsteren. De dierenarts kan dan, gebruikmakend van PIR-DAP, de laatste melkcontrole bekijken en deze voorafgaand aan het bedrijfsbezoek analyseren. Vervolgens nemen we de uitdraai met u door tijdens het bezoek. De kosten van PIR-DAP (+/- € 28,-) zijn gratis voor veehouders die aan de begeleiding deelnemen.

Tevens bent u verzekerd van het op het juiste tijdstip enten, onthoornen van kalveren, tocht- en drachtcontrole en advisering op maat. Wanneer u al meedoet maar de vaste dag en/of tijdstip van het bezoek wilt wijzigen, laat dit dan z.s.m. weten. Ook als u nog op- of aanmerkingen heeft, horen wij dat graag. Twijfelt u nog of wilt u nadere uitleg, neem dan contact op met de praktijk.

Droogstands evaluatie:

Het is verstandig om het resultaat van je droogzetmanagement vier keer per jaar te evalueren. Hieronder vind je enkele tips en tricks:

Houd de volgende richtlijnen aan bij het droogzetten:

  • Alleen droogzetters bij vaarzen met meer 150.000 cellen op laatste MPR
  • Alleen droogzetters bij koeien met meer dan 50.000 cellen op laatste MPR

Enkele opmerkingen:

  • Evalueer regelmatig (4 keer per jaar) het resultaat van je droogzetmanagement. Hierbij wordt gekeken naar het genezingspercentage en de “nieuwe gevallen” na afkalven (zie MPR). Kijk terug welke koeien je hebt behandeld (of niet) en wat de resultaten zijn. Beoordeel ook de resultaten van de teatsealers.
  • Transitiemanagement is erg belangrijk voor een goede uiergezondheid.

Niet alleen het rantsoen, maar kijk ook eens kritisch naar hygiëne, rust, ruimte (overbezetting), bewegings-mogelijkheden, licht, water en infectiedruk. Bespreek dit minimaal 2 keer per jaar met je dierenarts

  • Breng de productie terug naar minder dan 12 Kg melk bij droogzetten.
  • Neem jaarlijks van minimaal 5 mastitiskoeien en 5 hoog celgetal koeien een melkmonster en laat B.O. uitvoeren om vast te stellen wat de veroorzakers zijn en waar ze gevoelig voor zijn. NB. Koe-gebonden kiemen of omgevingskiemen vergen een aparte benadering.
  • Streef naar een percentage hoog-celgetal koeien onder de 15% (houd de infectiedruk laag).
  • Beoordeel na elke MPR of er chronische hoog-celgetal koeien zijn die je beter kunt afvoeren. Hanteer hierbij criteria als: welke kiem, gevoeligheid voor AB, hoe lang te hoog, hoeveel kwartieren, LW koe en leeftijd.
  • Meet niet alleen de melkmachine door maar beoordeel minimaal 2 keer per jaar de speencondities. Let hierbij op rafels, puntbloedingen, stootranden etc.

Nieuwsbrief Oktober

Even voorstellen:

Mijn naam is Sophie Versteegen en ik ben vanaf 10 oktober het team van DAP ’t Groene Hart komen versterken. Alhoewel ik het enorm naar mijn zin heb gehad tijdens mijn studie Diergeneeskunde in Utrecht, ben ik als geboren Zoeterwoudse blij om weer terug te kunnen keren naar het platteland van Zuid-Holland.

Als enthousiaste jonge dierenarts hoop ik op een fijne samenwerking met de veehouders van ’t Groene Hart en kan ik niet wachten om te beginnen. Tot gauw!

Sophie

Longworm

Afgelopen twee weken zijn we veel hoestende koppels jongvee tegen gekomen die een longworminfectie doormaken.

Een volwassen longworm leeft vooral in de longblaasjes en in de kleinste vertakkingen van de luchtwegen. Eén volwassen longworm kan per dag tot 10.000 eieren produceren.

In de luchtpijpvertakkingen komen de longwormeitjes vrijwel onmiddellijk uit en worden als stadium-1-larve (L1-larve) vervolgens opgehoest, doorgeslikt en met de mest uitgescheiden. De uitscheiding gebeurt met tussenperioden. Uit de L1-larven ontwikkelen zich besmettelijke L3-larven. Onder optimale omstandigheden gebeurt dit binnen 5 tot 10 dagen. De snelheid van ontwikkeling binnen de mesthoop is afhankelijk van de buitentemperatuur. Een groot verschil met maagdarmwormlarven is dat de verspreiding van L3-larven ook onder droge omstandigheden kan gebeuren. De schimmel ‘Pilobolus’ speelt daarbij een belangrijke rol. Deze op de mest levende schimmel ‘schiet’ sporendragers met daarop longwormlarven af. Op deze wijze kunnen longwormlarven enkele meters van de mesthoop ver terechtkomen en bij sterke wind nog verder. De besmettelijke L3-larve wordt met het gras opgenomen door grazende runderen, waarna deze door de darmwand dringt. Vervolgens vervelt de larve in een lymfeknoop en gaat via bloed en lymfe naar de longen.

Bij volwassen runderen kunnen jaarlijks herinfecties voorkomen doordat nieuwe vaarzen in het koppel de besmettingsdruk van de weide verhogen. Een groot aanbod van besmettelijke larven kan bij immune dieren leiden tot een overgevoeligheidsreactie (herinfectiesyndroom).

De besmettingsdruk is op dit moment zo hoog dat de dieren ernstig ziek kunnen worden door grote schade aan het longweefsel. Wanneer de dieren gaan hoesten is het van belang ze zo snel mogelijk met het juiste middel te behandelen.

Wanneer een dier naast hoest ook algemene ziekteverschijnselen laat zien, is het nodig het dier ook met antibiotica en pijnstillers te behandelen.

Wanneer u twijfelt of de dieren besmet zijn, of wanneer u vragen heeft over de behandeling, kunt u contact opnemen met de praktijk.

 

Goed toedienen van medicatie

 Iedereen doet zijn best om dieren zo min mogelijk te behandelen, maar wanneer dat toch nodig is, is het essentieel dat dit op de juiste wijze plaatsvindt.

Na vaststellen van de aandoening, bijvoorbeeld een tussenklauwontsteking gaat u als volgt te werk:

  1. U kiest het middel

Kijk in uw bedrijfsbehandelplan welk middel eerste keuze is voor de aandoening “tussenklauwontsteking”. Op het etiket/bijsluiter van het middel staat de dosering en wachttijd.

Prik de fles altijd met een schone naald* aan; een naald die in een koe is geweest mag nooit terug in het flesje.

  1. U kiest de spuit: Wegwerp, hard plastic of revolver?

Ze hebben allemaal voor- en nadelen, van groot belang is dat de spuit die wordt gebruikt schoon is, dit om spuitplekken en vermengen van medicatie te voorkomen. Wanneer u gebruik maakt van een revolverspuit moet u deze na gebruik doortrekken met schoon water en het is zeer verstandig om deze regelmatig uit elkaar te halen en schoon te maken.

  1. Wanneer er wat overblijft

Medicijnen horen bewaard te worden op een koele, droge, donkere plek. Schrijf altijd een aanprikdatum op de fles.

Aangeprikte flesjes kunnen meestal niet langer dan 28 dagen worden gebruikt.

  1. Na de behandeling

Registreer altijd in een overzicht; diernummer, reden behandeling, het gebruikte middel en wachttijd. Dit maakt de jaarlijkse evaluatie tijdens het bespreken van het BBP en BGP ook makkelijker.

* Daarom geven wij naalden (en spuiten) bij een doos CaMg- infuus en de hormonen enzaprost en fertagyl! Deze bevatten geen antibiotica en onhygiënisch toedienen kan dus makkelijk een infectie veroorzaken.

Nieuwsbrief September

Biest u dat….

 

  • Biest het beste preventieve medicijn is dat op uw bedrijf aanwezig is? (en nog gratis ook!)
  • De hoeveelheid antilichamen in de biest met een factor 4 varieert van koe tot koe?
  • Dat kalveren in het eerste uur na de geboorte de meeste antilichamen op kunnen nemen in de darm?
  • Dat de biestkwaliteit gemakkelijk zelf te meten is met een colostrummeter?
  • Je biest (z.s.m.) in de koelkast (<7ºC) moet bewaren?
  • Dat 4 liter biest van goede kwaliteit in het eerste uur veel verschil geeft met 2 liter biest?

 

  2 L biest 4 L biest
Groei/dag (kg) 0.80 kg 1.03 kg
Leeftijd 1e inseminatie <14 mnd <14 mnd
305-d melkproductie in 2e en 1e lactatie 9907; 8952 11294; 9642
Overlevingskans tot 2e lactatie 75,3% 87,1%
Diergezondheidskosten  $ 24 $ 14

Onderzoek uit 2005 (Faber et al.)

 

 

Groeien uw kalveren niet genoeg, hebben ze last van diarree of luchtwegproblemen? Laat dan controleren of de kalveren voldoende antilichamen binnen krijgen via de biest. Van kalveren van 2-5 dagen oud wordt bloed afgenomen en op de praktijk wordt de antilichaamtiter bepaald. Aan de hand van de uitslag kan er dan verder bekeken worden wat er goed of fout gaat bij de biestverstrekking.

 

Vaccinatie pinkengriep

 

Luchtwegproblemen bij jongvee komen met name voor in het najaar. Het opstallen van dieren in combinatie met temperatuurwisselingen en hoge luchtvochtigheid zorgt voor een grotere kans op luchtwegproblemen.

Een combinatie van verschillende ziekteverwekkers speelt een rol bij pinkengriep. Vanaf een leeftijd van 6 weken kunnen kalveren worden ingeënt tegen pinkengriep, de dieren moeten dan tweemaal worden gevaccineerd met 4 weken tussentijd. De laatste vaccinatie dient 2 weken voor het opstallen te hebben plaats gevonden.

Naast de mogelijkheid tot vaccinatie zijn ook andere preventieve maatregelen van belang:

 

  • Zorg voor een goede ventilatie: voldoende frisse lucht, geen tocht.
  • Een goede weerstand wordt bereikt door een juiste mineralenvoorziening, aanpak van eventuele BVD-infectie, voldoende energie en eiwit in het jongveerantsoen.
  • Een goede algemene hygiëne verlaagt de infectiedruk
  • Voorkom grote leeftijdsverschillen binnen een groep, evenals contact met ouder vee (bijv. droge koeien).
  • Voorkom stress bij het opstallen: maak groepen niet te groot en houdt de groepen zoveel mogelijk constant.

 

Greppels frezen tegen leverbot

 

In het najaar worden door de leverbotslakken de meeste leverbotcysten (eieren) afgezet op het gras. Daarom zijn augustus en september de maanden om greppels te frezen. Tijdens het frezen komen de geïnfecteerde leverbotslakken op hoger gelegen grond terecht. Omdat het daar droger is sterven de slakken voordat ze de besmettelijke leverbotcysten hebben afgezet op het gras. Op deze manier wordt de cyclus verbroken en zo wordt de kans op ernstige leverbotinfecties verkleind

Nieuwsbrief Augustus

schapen banner

Worminfecties bij de schapen

Bij het door de GD uitgevoerde pathologisch onderzoek zien zij de laatste tijd een grote toename van lammeren die gestorven zijn aan een acute haemonchose. Wij als  praktijk zien bij de door ons uitgevoerde mestonderzoek een toename van ernstige maagdarmworminfecties. Ook heeft de praktijk de afgelopen weken veel vragen gekregen over maagdarmworminfecties in het algemeen en haemonchose in het bijzonder. Op meerdere bedrijven speelt bovendien resistentie van vooral Haemonchus contortus, de (rode) lebmaagworm die haemonchose veroorzaakt, voor gebruikte wormmiddelen.

Vitamine B12-deficiëntie

Uit onderzoek van de GD blijkt dat op meerdere bedrijven sprake is van ernstige vitamine B12-deficiëntie.  Maagdarmworminfecties en vitamine B12-deficiëntie beïnvloeden elkaar: maagdarmwormen zijn ‘verbruikers’ van vitamine B12 maar een vitamine B12-deficiëntie zorgt ook voor een toegenomen gevoeligheid voor maagdarmworminfecties.

Wat te doen?

Haemonchose is niet een nieuw probleem in deze tijd van het jaar, maar door de huidige weers- omstandigheden (‘normale’ temperaturen, hoge bodemvochtigheid en daardoor een prepatentperiode van rond de tweeëneenhalve week) en de toegenomen resistentie is de infectiedruk hoog. Door de gunstige grasgroei is het cobaltgehalte in het gras waarschijnlijk lager dan gemiddeld en daardoor de beschikbaarheid lager en als gevolg daarvan mede lagere vitamine B12-waarden. Bij twijfel adviseren wij om mestonderzoek uit te laten voeren en van vijf lammeren bloedonderzoek te doen, bij voorkeur de oudste dieren per groep. Het heeft geen of minder zin om bloedonderzoek op vitamine B12 te doen bij lammeren die krachtvoer krijgen.

IMG_2592

Coli en Klebsiella mastitis

Het ligbed van de koeien vormt het gehele jaar een risico voor de uiergezondheid. Met name de omgevingskiemen E. coli en Klebsiella willen echter in de zomermaanden nogal eens zorgen voor een uitbraak van heftige mastitis.

  • Maak bij een uitbraak de ligboxen helemaal schoon. Dat betekent dat alle strooisel in de diepstrooisel- boxen moet worden vervangen.
  • Gebruik bij aanhoudende problemen een speciaal hygiëneproduct in de boxen, zoals producten die de box extra droog houden.  Als u kalk gebruikt let dan op welke vorm het is: ongebluste kalk (CaCO) brandt en maakt de uierhuid schraal. Gebluste kalk (CaCO3) of voederkalk doet dit niet en is dus wel geschikt.
  • Het goed droog- en schoonhouden van de boxen is essentieel om uierinfecties vanuit het ligbed te voorkomen. Dit geldt voor de boxen bij de melkgevende dieren als ook de boxen bij de droge koeien!

Neem ook van koeien met het beeld van een coli mastitis een melkmonster voor bacteriologisch onderzoek en laat dit monster op de praktijk onderzoeken. Alleen dan kan worden vastgesteld of het om een E. coli of Klebsiella spp. gaat. Ook kunnen wij de gevoeligheid van de kiemen op de verschillende antibiotica bepalen.

Op de praktijk zijn dozen te verkrijgen waarin alle materialen en instructies tot het juist nemen van de BO’s in zitten.

Indien u meer informatie of mastitis en haar verwekkers wilt weten, kunt u dit vinden op onze website.

LET OP: VKI verklaring volledig en correct invullen!

Bij controle door de nVWA blijkt dat er fouten worden gemaakt bij het invullen van de VKI verklaring.

U als veehouder moet aangeven welke medicijnen de koe de 35 dagen voor afvoer heeft ontvangen. Alle medicijnen, met en zonder wachttermijn moeten worden doorgegeven. Eventueel toegediende droogzetters, 60 dagen voor slacht, moeten worden vermeld. Als een dier in de 35 dagen voor slacht ziek is geweest moet u dit ook aangeven in de verklaring met een eventuele diagnose.

Indien aanwijzingen voor injecties worden gevonden tijdens het slachtproces kan de oorzaak hiervan herleid worden als dit aangegeven is op het formulier. Wanneer de oorzaak niet te herleiden is wordt het dier afgekeurd en kunnen boetes volgen.

Afgelopen weken hebben wij 2 meldingen gekregen van gevallen waarbij door onvolledig invullen van de verklaring de dieren zijn afgekeurd en de veehouder een boete heeft gekregen. Dus let op!

Nieuwsbrief Juli

DSC_4771Velactis verboden!

In de nieuwsbrief van juni brachten we het middel Velactis onder uw aandacht. Met dit middel kunt u per injectie koeien droogzetten. Echter sinds 24 juni is het middel per direct verboden in Nederland! Er werden toen de eerste ernstige bijwerkingen gemeld; sommige dieren konden tijdelijk niet meer zelfstandig staan of lopen.

Op basis van de gemelde bijwerkingen is er een voorlopig verbod op het gebruik van Velactis in Nederland ingesteld. Dit betekent dat het product niet meer door dierenartsen mag worden voorgeschreven en dat veehouders in geval van nog eventueel aanwezige voorraad op het bedrijf dit ook niet meer mogen inzetten. Indien u nog Velactis heeft kan dit retour naar de praktijk.

Longworm

In deze tijd van het jaar is de longworm infectie een aandoening die behoorlijk vaak voorkomt. Kenmerken zijn: droge hoest, geringe koorts (meestal <39,5ºC), verlaagde productie of verminderde groei. Hoewel oudere koeien op veel bedrijven ooit in aanraking geweest zijn met longworm kunnen ook deze dieren gaan hoesten ten gevolge van longworm. Dit komt door het zogenaamde larvale herinfectiesyndroom. Dit treedt op wanneer pinken onvoldoende bloot hebben gestaan aan longworm en dus als vaars weinig weerstand hebben. Als deze dieren in de koppel komen lopen ze de infectie op die afkomstig is van oudere koeien (vaak enkele dieren die drager zijn). Vervolgens gaan deze nooit eerder besmette dieren enorme aantallen infectieuze larven uitscheiden op het land. Oudere koeien nemen tijdens het grazen deze larven op en deze larven maken een trektocht van dunne darm naar de longen. Door de immuniteit groeien deze larven niet uit tot volwassen longwormen maar leiden wel tot irritatie en symptomen. Bij ernstige hoestklachten is ontwormen met Cydectin pour on de aangewezen oplossing voor melkkoeien (0 dagen wachttijd voor melk). Jongvee kan behandeld worden met noromectine injectie of pour on.

Preventie van longwormklachten kan door vaccinatie van pinken voor het weideseizoen en door een goed beweidingsplan.

Zie voor extra informatie over beweiding www.parasietenwijzer.nl.

VHD bij konijnen

Sinds december 2015 zijn er meldingen van acute sterfte binnen konijnenkoppels.  Deze sterfte wordt veroorzaakt door een nieuw type Viral Hemorrhagic Disease (VHD-2).

Om bescherming te geven tegen deze VHD-2 is er een nieuwe entstof toegelaten voor Nederland. Deze entstof is echter beperkt leverbaar, dus wanneer u interesse heeft zullen wij proberen om aan deze entstof te komen. De konijnen moeten met een interval van 6 weken, 2 maal gevaccineerd worden.

Een week na de eerste vaccinatie begint de immuniteit. Vervolgens is er elk half jaar een herhalingsvaccinatie nodig.

Deze entstof geeft echter geen bescherming tegen het oude VHD-1 virus. Hiervoor hebben wij een andere combinatie vaccin welke ook werkt tegen Myxomatose. De enting werkt, na een eenmalige toediening, 1 jaar.

Wij horen graag van u of u interesse heeft in deze entingen!

Vliegenbestrijding

Vliegen behoren tot het lastigst te bestrijden ongedierte. In en om de gebouwen van de melkveehouderij en in de weide gedijen verschillende soorten vliegen. Vliegen kunnen de koeien afleiden van de voer- en wateropname. Dit kan leiden tot een lagere gewichtstoename bij het jongvee en lagere melkgift en gewichtsverlies bij het melkvee. Vliegen (en muggen) kunnen bovendien een rol spelen in het overbrengen van infectieziekten zoals; uierontsteking, blauwtong,  schmallenberg en van een oogonsteking (houw). Aangezien 80% van de totale vliegenpopulatie uit maden bestaat, is het vrijwel onmogelijk het aantal vliegen uitsluitend onder controle te houden met insecticiden die de volwassen exemplaren bestrijden. De beste aanpak voor de bestrijding van vliegen is daarom tweeledig; enerzijds moet worden voorkomen dat larven zich ontwikkelen tot vliegen en anderzijds moet de bestaande populatie volwassen vliegen worden bestreden. Net als bij alle andere schadelijke insecten fluctueert de populatie vliegen onder natuurlijke omstandigheden. Een efficiënte vliegenbestrijding vereist een combinatie van maatregelen om de populatie onder controle te houden. Het mixen van de kelder werkt ook preventief.

Wij hebben voor de bestrijding van de larven in de mest (kelder) Dimilin granulaat 4% en Neporex en voor de vliegen in gebouwen Lurectron. Voor de bescherming op de dieren hebben wij onderstaande middelen:

Product Toepassing Werkings-

duur

Wachttijd

Melk Vlees

Spotinor Pour-on 4-8 wkn 0 17 dgn
Auriplak Oorflappen 4 mnd 0 0 dgn
Veerust Spray 1 dag 0 0 dgn

 

Nieuwsbrief Mei

Bestrijding maagdarmworm-infecties

Voor jongvee dat u voor het eerste seizoen weidt, is een besmetting met maagdarmwormen onontkoombaar en ook noodzakelijk voor een goede weerstandsopbouw tijdens deze levensfase. Gestructureerd omweiden in combinatie met een juiste strategie van ontwormen zorgt voor een goede groei en weerstandsopbouw, zodat voorkómen wordt dat u melkgevende dieren moet gaan behandelen (dit is ook nog een stuk duurder!!)

Voor vragen over wat voor uw bedrijf de beste strategie is of om ontwormmiddelen te bestellen, kunt u contact opnemen met de praktijk

Madenziekte bij het schaap

Nu het weer warmer wordt kan er weer huidmadenziekte, oftewel myiasis optreden bij schapen. De ziekte wordt veroorzaakt door de maden van een vlieg, genaamd Lucilia sericata. Deze vlieg legt zijn eitjes in vieze wol van schapen. Bij de juiste temperatuur komen deze eitjes binnen 1 dag uit en ontwikkelen zich tot maden. Deze maden kruipen richting de huid en beginnen zich daar een weg door de huid naar binnen te eten. Hierbij eten ze zich tot onder de huid en eten het schaap als het ware levend op. Nadat ze zich volgegeten hebben, laten de maden zich vallen en verpoppen zich tot een groene glimmende vlieg. Om dit te voorkomen zijn er meerdere mogelijkheden.

  1. Scheren: als de schapen geschoren zijn is de kans dat een schaap huidmadenziekte oploopt in de eerste twee maanden na het scheren veel kleiner.
  2. Ontwormen: de vlieg houdt ervan om zijn eitjes te leggen in vieze wol. Schapen met een worminfectie krijgen sneller dunne mest en dus vieze wol.

Ook kunnen de schapen preventief behandeld worden. Dit voorkomt een besmetting met de huidmaden gedurende enige tijd. Dit kan met Neocidol® (4 tot 6 weken werkzaam en ook werkzaam tegen schurft en luizen) of met Clik® (16 weken werkzaam), deze middelen kunnen over de rug van het schaap heen gegoten of gesproeid worden. Neocidol ® kan ook worden gebruikt wanneer de schapen al maden hebben.

Hoe kunt u zien of een schaap last heeft van huidmadenziekte? De schapen zijn erg onrustig, grazen niet meer en proberen zich te krabben. Ze kijken soms veel naar de achterhand, kwispelen met de staart en zonderen zich ook weleens af. Wanneer u twijfelt of u last heeft van madenziekte, dan kunt u contact opnemen met de praktijk.

Mineralen jongvee/droge koeien

Wanneer het jongvee (en eventueel de droge koeien) naar buiten gestuurd worden, is het belangrijk om de mineralenvoorziening in de gaten te houden. Op veel bedrijven komen we nog tegen dat de mineralenvoorziening door middel van emmers in het land plaatsvindt. Het nadeel hiervan is echter dat enkele dieren uit de koppel de emmer leeglikken, terwijl de rest er niet bij komt. Op deze manier kan dus niet gecontroleerd worden of alle dieren ook werkelijk de benodigde hoeveelheid mineralen binnenkrijgen. Een alternatief is het toedienen van mineralenbolussen. Hierdoor ben je er in ieder geval zeker van dat alle dieren daadwerkelijk mineralen binnenkrijgen en wordt er niets verspild. Let er wel op dat er twee bolussen per koe/pink gegeven moeten worden. De Ferti-plus bolus is bij ons het hele jaar door verkrijgbaar voor een zeer scherpe prijs.

Stethoscoop aan de wilgen….

Na precies mijn eerste lustrum volgemaakt te hebben, is voor mij het moment gekomen om mijn stethoscoop voor wat betreft DAP ‘t Groene Hart aan de wilgen te gaan hangen. In de afgelopen jaren heb ik genoten van mooie gezonde koeien en constructieve gesprekken over bedrijfsvoering en voeding. Met velen van jullie heb ik mijn hart op kunnen halen over gezonde voeding van koeien. Diezelfde uitdaging ga ik in mijn geboortedorp Harmelen per 1 juni voortzetten bij de ULP. Daar mag ik hopelijk een steentje bijdragen aan de vorming/onderwijs van onze toekomstige collega dierenartsen met name op het gebied van voeding en data-analyse.

 

Zonder een bijzondere en diverse club veehouders heb ik me niet kunnen ontwikkelen tot de dierenarts die ik nu mag zijn. Mijn dank aan jullie is dan ook groot voor alle kansen die ik van jullie heb gekregen en het vertrouwen dat ik afgelopen jaren heb mogen genieten.

Erwin de Heer

Nieuwsbrief April

BVD, IBR, Mastitis

Vanuit het Europese steunpakket voor de Nederlandse melkvee- en varkenshouderij (€30 miljoen) is 3 miljoen euro beschikbaar voor het stimuleren van diergezondheid door het terugdringen van dierziektes als BVD, IBR en mastitis. Het door ZuivelNL opgestelde projectplan voorziet in de uitvoering van deze maatregel door toekenning van een korting op tarieven voor lab analyses en deelnames aan diergezondheidsprogramma’s voor goedgekeurde aanbieders. De GD biedt hierdoor het volgende aan.

Stimulering bestrijding BVD

Voor de veehouders waarvan de BVD-status onbekend is, wordt nu de QuickScan aangeboden voor € 27,25. Dit betekent een korting van € 110,- op het normale tarief van de BVD QuickScan!

De QuickScan is een laagdrempelige methode om de BVD-situatie op uw bedrijf in beeld te krijgen. Veehouders die al wel in een BVD-abonnement zitten, of starten met het vrij certificeren krijgen tot € 200,-  korting op de diagnostiek (bloedonderzoek op BVD-dragers) of tot € 90,-  korting op tankmelk abonnement BVD onverdacht.

Stimulering bestrijding IBR

Voor de veehouders waarvan de IBR-status onbekend is; u kunt voor € 3,50 de tankmelk éénmalig laten controleren op antistoffen tegen het IBR-virus. Dit onderzoek kan eventueel tegelijk met de BVD QuickScan worden uitgevoerd.

Indien u vrij wilt worden van IBR door middel van bloedonderzoek, krijgt u ook tot € 200 vergoeding op de diagnostiek. Veehouders die al in een abonnement voor IBR zitten (onverdacht/vrij) of ermee gaan starten krijgen € 45,- korting over het 3de kwartaal (en mogelijk ook over het 4e kwartaal).

Mastitis

Veehouders die in het tankmelkabonnement uiergezondheid zitten krijgen éénmalig een berdrijfsantibiogram op de gevonden kiemen in de tankmelk, dit onderzoek kost normaal €74,-.

Alle kortingen worden automatisch verrekend met de GD-factuur. Prijzen zijn excl. btw en inzendkosten van

€ 10,60.

Wilt u advies op maat over IBR- en BVD-aanpak, neem dan contact op met de praktijk.

 

Mineralen jongvee/droge koeien

Wanneer het jongvee (en eventueel de droge koeien) naar buiten gestuurd worden, is het belangrijk om de mineralenvoorziening in de gaten te houden. Op veel bedrijven komen we nog tegen dat de klamvaarzen vanaf augustus meer doodgeboren kalveren hebben, vaker aan de nageboorte blijven staan en/of baarmoederontsteking krijgen. De productie van de vaarzen kan echter ook achterblijven bij de verwachting. Dit heeft te maken met een tekort aan vitamine E /Selenium en/of koper. Dit tekort kun je voorkomen door bij uitscharen 2 mineralenboli toe te dienen. Hierdoor ben je er in ieder geval zeker van dat alle dieren daadwerkelijk sporenelementen binnenkrijgen.

De Ferti-plus bolus is bij ons het hele jaar door verkrijgbaar voor een zeer scherpe prijs.

Het mineraal magnesium zit echter niet in de bolus en  is vooral belangrijk in de laatste 2 à 3 weken voor afkalven en kan/moet met bijvoeren op stal gecorrigeerd worden.

 

Tips voor een goede overgang naar beweiding

·         Start met 2 tot 3 uur per dag weiden en bouw in enkele weken geleidelijk op naar meer, afhankelijk van de grasgroei.

·         De eerste week met gevulde pens het gras in. Vanaf de tweede week en de rest van het voorjaar juist hongerig de wei in voor de beste opname.

·         Eiwit in het stalrantsoen omlaag en na de eerste week 1 à 2 kg minder krachtvoer

 

Maagdarmwormen en beweiding eerste weideseizoen

Het heeft de voorkeur het grasland twee keer te maaien voordat u de (jonge) dieren gaat weiden. Door eerst te maaien zorgt u ervoor dat bij de start van inscharen het aantal schadelijke maagdarmwormlarven op het land fors gereduceerd is. Een andere mogelijkheid is om na 1 juli te starten met weidegang (jongvee/kalveren) op een weide waar dit jaar niet eerder runderen hebben gelopen.

Extra informatie over beweidings-strategieën vind u op www.parasietenwijzer.nl. Hier kunt u ook een beslisboom vinden waarmee u voor uw eigen bedrijf situatie na kunt lopen hoe hiermee om te gaan.

 

Nieuwsbrief Maart

Babynieuws!
Op 17 februari is onze collega Rens van Rossum trotse vader geworden van een gezonde zoon! Jurian en zijn moeder Irma maken het erg goed.

Keert de zwavelwal het gezondheids- en vruchtbaarheidschip?

Melkveehouden is kringloop denken. Niet alleen in termen van stikstof en fosfaat maar ook qua mineralen en organische stof. Laatste jaren zijn vloeibare kunstmeststoffen enorm in zwang gekomen vanwege de positieve effecten van ammonium als stikstofbron op de graskwaliteit (structuur en eiwit). Tevens lijkt zwavel de kip met de gouden eieren te zijn als het gaat om totale eiwitopbrengst van graspercelen. Is zwavel inderdaad de kip welke gouden eieren legt?

Bezint eer ge met mesten begint!

Vloeibare kunstmeststoffen zijn goedkoper wanneer zij niet van zwavel ontdaan hoeven te worden tijdens de raffinage. Is echter al dat zwavel wel nodig om de optimale eiwitopbrengst te realiseren op uw percelen? Is goedkoop uiteindelijk duurkoop? Dat hangt volledige af van de bemestingstoestand van uw percelen. Op zand ontstaat vele malen makkelijker een zwaveltekort, wegens uitspoeling, dat aangevuld moet worden als op klei- of veengronden.

Overdaad schaad!

Zwavelbemesting zal zich boven bepaalde grondvoorraden zich niet meer vertalen in meer eiwitopbrengst van uw percelen. Het zal echter wel leiden tot hogere zwavelgehalten in uw ruwvoer. Dit is met name het geval bij het vorderen van het oogstseizoen als de mineralisatie in de bodem toeneemt door de hogere grondtemperatuur. Samen met Molybdeen (Mo) kan Zwavel (S) complexen vormen die Koper (Cu) zowel in de pens als de darm kunnen laten neerslaan of zelfs in de bloedbaan onwerkzaam maken. Volgens de rantsoenberekening kan er van voldoende aanbod aan koper in het rantsoen zijn (dus geen primair kopertekort) maar wordt dat onvoldoende opgenomen in het lichaam. Dan is sprake van een secundair tekort.

 

De ervaring leert dat in rantsoenberekeningssoftware te weinig of geen rekening wordt gehouden met mogelijke secundaire tekorten.

Gemiddeld bevat graskuil in Nederland 2,1 mg Mo per kg DS en 2,8 gr S per kg DS. De Cu-norm is dan 11,2 mg/kg DS.

In naast staande figuur kunt uw zelf beoordelen of verdringing van Cu door S en Mo bij u mogelijk ook een rol speelt.

 

Functie van koper

Velerlei lichaamsprocessen zijn mede afhankelijk van koper o.a. bloedvorming, pigment, vaat- en bindweefsel en bescherming tegen lichamelijke afvalstoffen (vrije radicalen). Kopertekort kan dus leiden tot verminderde productie maar ook een slechtere vruchtbaarheid. Daarnaast kan het ook leiden tot slechte groei en weerstand van kalveren. Deze vrijwel geheel afhankelijk van de Cu-voorraad in de lever bij geboorte. Slechte kopervoorziening bij droge koeien kan dus leiden tot verminderde prestatie van kalveren.

Tip 1). Overleg met uw voer-, mestadviseur en/of dierenarts over korte en lange termijn aanpak.

Tip 2a). Meten is weten. De koe zelf liegt niet! Bloed-, melk- of leveronderzoek geeft inzicht in mogelijke tekorten.

Tip 2b). Meten is weten. Dit geldt ook voor kuil- en grondmonsters. Laat deze altijd op het volledige mineralen pakket onderzoeken. Een goede adviseur kan u dan behoeden voor onnodige problemen.

Tip 3). Zomer en najaarskuilen bevatten hogere S- en Mo-gehalten. Lasagne-kuilen waarin de voorjaarkuilen (1e en 2e snede) niet met elkaar maar juist met de zomer- of najaar sneden worden gecombineerd geeft stabielere waarden om jaarrond te voeren en dus ook minder extremen om te corrigeren.

Cu-Se

Nieuwsbrief februari 2016

Worminfecties bij uw jongvee

Rond deze tijd van het jaar is het verstandig om na te denken over het ontwormen van uw jongvee in de aankomende weideperiode. Bij een goed uitgevoerde ontwormstrategie hoeven dieren na het eerste weideseizoen niet meer ontwormd te worden. Allereerst is het noodzakelijk om goed naar het beweidingsplan te kijken. Via de website www.parasietenwijzer.nl  kunt u een stappenplan volgen om te kijken welke strategie voor uw bedrijf het beste past.

Het is wel raadzaam om vooraf goed na te denken over de aanwezigheid van longworm op uw bedrijf! Zeker als de dieren in het eerste weideseizoen in contact komen met een besmette weide..

Een zwaar met longworm besmet kalf groeit slecht, is vatbaarder voor andere luchtweginfecties en zal als volwassen dier onder de maat presteren.

De beste preventie tegen longworminfecties is en blijft het longwormvaccin.

Het vaccin moet 2x toegediend worden minimaal 6 én 2 weken, voorafgaand aan het eerste weideseizoen. Kalveren moeten minimaal 6 weken oud zijn op het moment van de eerste enting. Na vaccinatie is contact met licht besmette weide van belang voor langdurige immuniteitsopbouw. (b.v. door gevaccineerd jongvee in de zomer enkele dagen te laten lopen op een perceel waar 1 week tot 2 maanden eerder melkkoeien hebben gelopen).

Let op!: Vier weken vóór het vaccineren tot en met 2 weken ná het vaccineren kunt u het beste géén ontwormmiddelen toedienen, omdat deze de immuniteitsopbouw kunnen verstoren.

De kosten van het Bovilis Longwormvaccin zijn bij:

1-6 dieren: € 12,20 (excl. BTW)

6-12 dieren: € 11,75 (excl. BTW)

>12 dieren: € 11,34 (excl. BTW)

Wij raden iedereen aan om bij een verdenking van maagdarmworminfectie mestmonsters te nemen en deze op de praktijk te laten onderzoeken. Wij kunnen dan bepalen of het op dat moment zinvol is om te ontwormen.

Worminfecties bij uw schapen

De meeste schapenhouders doen er sowieso verstandig aan om de oude schapen na aflammen te ontwormen om zo besmetting van het weiland met wormeieren te voorkomen. (Ga uit van een lichaamsgewicht van 80 kg voor een volwassen schaap)

Ook voor schapen is op www.parasietenwijzer.nl een stappenplan te vinden om tot een goed ontwormplan te komen.

Bij lammeren jonger dan 6 weken wordt diarree vaak veroorzaakt door coccidiose en nog niet door maagdarmworminfecties. Een behandeling met Vecoxan is dan noodzakelijk. Een onderzoek van een diarree- monster op de oorzaak kunnen wij bij ons op de praktijk uitvoeren en zo heeft u vaak binnen een paar uur al de uitslag. Twijfelt u of een wormmiddel nog goed werkzaam is, dan is dit te controleren door 5 tot 7 dagen na een ontworming een mestmonster van circa 3 dieren te nemen. Dit kunnen we op de praktijk onderzoeken. Er mogen dan geen wormeieren inzitten.

De kosten van een mestonderzoek zijn € 6,25 excl. BTW per monster.

Rotkreupel

Rotkreupel is één van de grootste problemen in de schapen en geitenhouderij. Het zorgt de laatste weken op veel bedrijven voor ernstige kreupelheid bij deze dieren en vooral bij lammeren die dit voorjaar geboren zijn. Het zorgt daar voor groeivertraging, maar ook aantasting van het welzijn van de dieren door de ernstige kreupelheid.

Behandeling van aangetaste koppels bestaat uit het grondig bekappen van alle dieren, waarbij alle losse hoorn goed weggesneden moet worden. Vervolgens insprayen van de klauw + klauwspleet met CTC spray. Voor snel herstel van kreupele dieren werd de laatste jaren nogal eens een injectie met Micotil gebruikt. Dit middel mag sinds begin dit jaar echter niet meer afgegeven worden, maar uitsluitend door een dierenarts worden toegediend. Er zijn wel langwerkende oxytetracyclinen als alternatief voor injectie beschikbaar (o.a. Alamycine LA), maar deze zijn weer niet geregistreerd voor schapen / geiten. Er bestaat echter ook een vaccin Footvax genaamd, dat vaak goed helpt om de kreupelheid onder controle te krijgen. Om de infectie blijvend onder controle te houden en eventueel zelfs weer geheel vrij te worden, is het belangrijk om de koppel regelmatig, 3 minuten in een voetbad Formaline te laten staan en daarna in een kiemvrije wei te doen waar 3 weken geen schapen/geiten hebben gelopen. Een formaline bad is echter te agressief voor ernstige kreupele dieren. Deze moeten eerst bekapt en met CTC spray en/of antibiotica behandeld worden en kunnen een week later door een formaline voetbad.

 

 

Nieuwsbrief Januari 2016

Het team van D.A.P. ’t Groene Hart wenst u

(en uw vee) een gezond en gelukkig 2016 toe!  

 

 

 

Bedrijfsgezondheidsplan (BGP) en Bedrijfsbehandelplan (BBP)

 Ook dit jaar bent u weer verplicht uw BGP en BBP te evalueren en uw moet deze binnen 1 jaar hebben geactualiseerd. Bij een eventuele KKM controle door Qlip wordt op deze termijn gelet. U moet dan ook altijd de huidige plannen, alsmede van het jaar daarvoor kunnen laten zien.

Praktisch voor u houdt dit in:

  1. Maak een afspraak, zodat de praktijk dit kan     inplannen.
  2. De geschatte benodigde tijd is ca. 1 uur als alles klaar ligt en er geen bijzonderheden zijn

Na afloop dient het document te worden ondertekend op www.veeonline.nl.

Dit jaar evalueren we tijdens de bespreking ook de droogstand. Wij willen u dan ook vragen de door u ingevulde informatie klaar te leggen zodat we efficiënt kunnen werken.

Deze beoordeling dient als input voor de ontwikkeling van de droogzetstrategie voor het volgend jaar. Zo kan een bedrijfshistorie worden opgebouwd.

Het bespreken van het BBP en BGP is een waardevol evaluatiemoment waar we terugblikken op het afgelopen jaar om daar ook van te leren. Indien u zelf nog onderwerpen wilt bespreken dan is dit ook een geschikt moment om dat te doen!

Er word wel van u verwacht dat u de bespreking voorbereid, u kunt hiervoor een invulschema vinden op onze website (www.dapgroenehart.nl). Navigeer vervolgens naar melkvee alwaar u een kopje BGP/BBP vind, op deze pagina vindt u weer een link naar het in te vullen bestand. (http://dapgroenehart.nl/melkvee%20bgp-bbp.htm)

Voor alle PartiCo veehouders (dus alle veehouders die niet aan Friesland Campina leveren), die in koekompas zitten volstaat alleen een update van het BBP. Wij raden alle PartiCo veehouders aan om in dit systeem te stappen; het is namelijk veelal financieel aantrekkelijk en deze veehouders hoeven dan niet meer aan de PBB verplichting te voldoen. Ook hoeft er dan geen BGP meer uitgevoerd te worden.

Periodiek bedrijfsbezoek (PBB)

Sinds kort zijn de controles op het PBB voor veehouder en dierenarts verscherpt. Wij als dierenarts moeten een toets foutloos halen en kunnen gecontroleerd worden op de uitvoering van het PBB. Tijdens deze beoordeling wordt onder andere gekeken of wij alle diergroepen gezien zijn, of een juist aantal attentiedieren is aangemerkt en juist gecommuniceerd is naar de veehouder.

Bij het PBB moeten wij ook de medicijnregistratie bekijken om te zien of de veehouder attentiedieren herkent en behandelt. Zorg dus dat u deze bij de hand heeft als we voor het PBB langskomen. Melkkoeien én droge koeien moeten o.a. gecontroleerd worden op kreupelheden, mastitis, uitvloeiing en algemene gezondheid. Dit betekent dat wij tijdens de controle koeien in de benen moeten jagen om hun gang te kunnen beoordelen.

Schapen enten tegen het bloed (Clostridium)

Bij schapen komt de ziekte “het bloed” genaamd voor. ’t Bloed veroorzaakt sterfte bij snelgroeiende lammeren in de eerste maanden na de geboorte. Ter voorkoming hiervan is een entstof beschikbaar die bij voorkeur toegediend moet worden aan de hoog drachtige ooien, waarna de lammeren beschermd worden via antistoffen die ze met de biest opnemen.

Jonge ooien en schapen die niet eerder ingeënt zijn, hebben het eerste jaar een basisenting nodig die herhaald moet worden na 4 tot 6 weken. De laatste enting moet minimaal 2 weken en maximaal 8 weken voor het aflammen plaatsvinden. Indien u wilt gaan enten, dan moet u dus minimaal 6 weken voordat het eerste schaap gaat lammeren een afspraak maken voor de eerste enting. Het kan dus nu al de hoogste tijd zijn om de drachtige ooien voor de eerste keer te enten!